00:30

Gedachtenloos 1: Vind Wat Je zoekt Voorbij Alle Gedachten 1u

by Ruben Bach

rating.1a6a70b7
Beoordeeld
4.5
Group
Activiteit
Meditatie
Geschikt voor
Iedereen
Afgespeeld
13

Gedachten en gevoelens die je meesleuren… ben je dat moe? Luister en merk hoe het “ik”-gevoel langzaam vervaagt. Eigentijdse echo’s van eeuwenoude wijsheid... Een bijna uur durende meditatie in de serie 'Gedachtenloos' waarin Ruben zich overgeeft aan het moment. Woorden ontstaan ter plekke, als adem die langzaam vorm krijgt. Zijn stem draagt en danst, soms zacht en verstild, dan weer vurig en doorleefd. Een bezielde stroom van klank en betekenis die ergens in de verte, heel even, aan poëzie doet denken. Op de achtergrond weven diepe, helende gitaarklanken een bedding van resonantie en stilte, terwijl onverwachte vogelklanken als kleine tekens van leven door de ruimte heen zingen. Je wordt meegenomen in het ontrafelen van het denken. Je ontdekt hoe gedachten komen en gaan en hoe alles vergankelijk is. Een uitnodiging om te ervaren dat je niet je lichaam bent, maar het open bewustzijn dat waarneemt. Foto Abel Bach Muziek: Ruben Bach

Transcript

Of je ligt of loopt,

Vaak denkend,

Veel nadenken ja,

Want dat lijkt zo handig en belangrijk.

Misschien is het dat soms ook,

Maar misschien ook niet.

Wat heeft het je tot nu toe gebracht,

Denk je,

En je denkt weer,

En je blijft maar denken.

Ik denk het wel ja,

En in een keer wordt het stiller,

Alsof er iets verdwijnt,

Een overtuiging valt weg,

En daar zit je weer,

Of daar sta je,

Daar lig je,

Daar loop je,

Heel gewoon,

En dit keer zonder te denken.

Hey,

Er zijn vogels,

Oh wauw,

Een boom,

En kijk,

Die prachtige wolken,

Die prachtige wolken,

En die zonnestralen,

En plotseling is daar weer een gedachte.

Adem ik,

Wat is het dat ademt,

Ademloos kijk je toe,

Totdat het toch nodig blijkt te ademen,

Want besef je,

Het is ofwel ademen,

Ofwel niet meer hier aanwezig zijn,

Als menselijke vorm,

En die vogels fluiten vrolijk verder,

En jij denkt waarschijnlijk nog wat na,

Ofwel hoe het ook alweer was,

Om gedachteloos aanwezig te zijn,

Want oh,

Wat voelde dat prettig,

Even geen gedachte,

En daar is die weer,

Die zucht,

Die zoveel lucht geeft,

Zoveel lucht aan dit mysterieuze leven,

Ja,

En nog een keer,

En zo gaat dat een tijdje op en neer,

Van denken naar rust,

De stilte ervaren,

Misschien zelfs al die jij voorbij,

Die jij,

Die je denkt te zijn,

Als het ware ervaren,

Want klaarblijkelijk is er een mogelijkheid om te rusten,

Voorbij alles,

En dat leven dat gaat maar door,

Alles gaat door,

Die vogels blijven fluiten,

Die wolken komen en gaan,

En jij,

Jij die denkt een jij te zijn in een lijf dat waarschijnlijk voelt als zijnde van jou,

Die blijft ook maar doorgaan en doorgaan,

En dan is daar die gelijktijdigheid,

Die we ook wel tegelijkertijdheid kunnen noemen,

Want alles in feite zijn maar woorden,

Je noemt en benoemt heel wat af in je leven,

En dan is daar die tegelijkertijdheid,

Waarbij je voorbij kunt gaan aan alles wat denkt,

En denkt,

En doet,

En voelt,

En vroed,

En dan komt weer als vanzelf die diepe zucht,

En de stilte,

Die o zo mooie stilte die altijd aanwezig is,

Ook wanneer er gefloten wordt,

Wanneer die jij die denkt,

Die jij te zijn fluitend door het leven gaat,

Ook als hij of zij fluitend door het leven gaat,

Dan is die stilte allang aanwezig,

Allang,

Allang,

Altijd,

Nooit,

Niet.

En ook als daar is dat grote verdriet,

Dan is die stilte allang,

Allang aanwezig,

Nooit,

Niet.

Of jaloesie,

Of pijn,

Of twijfel,

Wat moet ik nu?

Moet ik nu links of rechts,

Om welke kant?

Ga ik op?

Wat te doen?

En dat denken gaat alsmaar weer voort.

Denken,

Denken,

Denken,

Denken,

Doen,

Doen,

Doen,

Doen,

Doen,

En daar is plotseling weer die diepe zucht,

Die herinnering,

Dat leven,

Wat als het ware bij je aanklopt en zegt ik doe het in godsnaam eens rustig aan,

Stop er toch eens mee.

Laat dat denken maar.

Je mag echt vertrouwen,

Jij voorbij die jij die je denkt te zijn.

Is al oké,

Is al rustig,

Is vele malen rustiger dan je je ooit kunt voorstellen,

Gezien vanuit die jij die je denkt te zijn.

Laat die jij die je denkt te zijn,

Nu niet eens bestaan.

Stel dat dat zo is,

Stel dat dat zo is.

Zou het zo kunnen zijn,

Dat de ik die ik denk te zijn niet is,

Helemaal niet is,

Niet hier is,

Niet daar is,

Niet is of was,

Nooit is geweest.

Stel dat dat zo zou zijn.

En plotseling hoor je de vogels weer,

Want even viel dat gevoel die ik te zijn totaal weg.

En wat een vrijheid,

Zo vrij als een vogel.

En is dat niet waar we allemaal naar verlangen?

Al die ikken die denken dat we een ik zijn en dat we wij zijn en dat we hier zijn en daar zijn.

Al die ikken die denken en denken en denken.

Nu weten we ook dat denken misschien niet werkelijk een probleem is.

Dat is voor een ieder om uit te vinden,

Te onderzoeken.

Is je denken problematisch?

Of helpt het je enorm?

En het was maar voor korte duur,

Want oh,

Oh,

Oh,

Wat ben ik afhankelijk van al dat denken,

Denk ik.

Of hoeft dat niet zo te zijn?

Jawel,

Natuurlijk.

Ik heb het nodig.

Ik heb het nodig om te bestaan,

Om elke keer weer uit te zoeken hoe het leven in elkaar zit,

Wat ik moet doen.

Die mening die ik heb,

Die is belangrijk.

Ja,

Die is zeker belangrijk,

Want ik vind dat ik het allemaal weet en ik gelijk heb.

Ik heb altijd gelijk.

Nee,

Natuurlijk,

Ik weet ook wel dat ik niet altijd gelijk heb.

Maar ik vind het wel belangrijk om een mening te hebben.

Prima,

Prima,

Prima.

Dat korte moment van verstilling.

Hoe ervaar je dat ten opzichte van al die drukke gedachten?

Als je luistert,

Luister dan voorbij het denken,

Zonder denken luisteren.

Luister maar.

En daar is iets anders ervaarbaar,

Wanneer die gedachten rustiger worden en rustiger worden.

Daar is iets anders ervaarbaar,

Voorbij het normale ervaren.

En wat is dat dan?

Geen gedachten.

En wat blijft er over?

Wat blijft er over?

Wat blijft er over?

Anders dan.

En wat is er ook,

Als je denkt?

Wat is er altijd?

En daar is weer die diepe zucht.

Die als vanzelf ontstaat,

Die is nooit te laat,

Die komt altijd op tijd in dit tijdloze bestaan.

Want oh oh oh,

Wat denken we in tijd?

Die mind,

Al die denkende gedachten,

Kunnen zich niet eens voorstellen dat tijd een concept is.

Zo diep geworteld in ons zit dat gevoel van tijd,

Van zijn hier in een tijd.

Ben ik wel op tijd?

Kom ik niet te laat?

Hoe laat is het?

Half?

Vijf en een half?

Oh,

Oh ja.

En daar is weer een kort moment van verstilling.

Geen gedachten,

Geen geloof in ieder concept.

Ook het gevoel dat tijd bestaat valt heerlijk weg.

Moet je eens voorstellen.

Ja,

Maar ik moet toch op tijd komen?

Ja,

Natuurlijk.

Zet maar een klokje,

Een alarm.

Nu,

In dit tijdloze moment,

Hoef je werkelijk niets en mag je ervaren dat het leven tijdloos altijd hier is.

En in dat leven lijkt er van alles gaande,

Lijkt dat lijf van jou te zijn.

Blijkt dat ook niet van jou te zijn.

Hoorde je het toch ergens?

De Boeddha gaf het ook al aan.

Maar hoe dan?

Hoe dan?

En daar gaat dat denken weer.

Maar misschien voel je hem alweer aankomen.

De stilte neemt je over.

Let maar op.

En dan luister je,

Als het ware,

Met je hart.

Niet meer zo in dat hoofd,

Vroetend.

Het warme hart.

Dat hart wat alles verwelkomt.

En is het niet fantastisch?

Daar is geen verwarring.

Daar is het oké.

En daar zijn die gedachten weer.

Oh ja,

Natuurlijk.

Altijd.

Denken,

Denken,

Denken.

En dan ontdek je plotseling dat een gedachte niet kan voelen.

Een gedachte zelf.

De gedachte op zich heeft geen gevoel.

Is enkel een soort van constructie van letters.

Een samenraapsel van letters,

Waar ooit betekenis aan is gegeven.

En wat heerlijk om die te ontrafelen,

Als het ware te laten oplossen.

Ah ja,

Die ademhaling kwam weer.

Als vanzelf.

Precies op tijd.

In dit tijdloze moment.

En door te luisteren besef je plotseling,

Oh ja,

Misschien is het leven wel niet zoals ik dacht dat het is.

En komt er al een kleine kriebel in je buik.

Want oh zo fijn,

Na een donkere periode,

Waarin al die wolken die voorbij kwamen weer zo donker leken.

Is er nu een mogelijkheid om weer het licht te ervaren?

Want het is veel lichter in het hart,

Veel lichter voorbij al die denkende gedachten.

Dat is wel duidelijk.

Dat denken,

Denken,

Denken,

Denken maakt het leven niet eenvoudiger.

Nochtans,

Niet altijd.

Want vrolijke gedachten kunnen heel veel teweeg brengen allerlei dingen die zo leuk lijken.

Maar opgepast,

Want ook die leuke dingen,

Die eindigen weer en zorgen weer voor verwarring,

Misschien wel teleurstelling.

Heb ik het eindelijk.

Ik heb het eindelijk.

Ik heb het eindelijk voor mekaar.

En na een paar dagen blijkt ook dat plezier weer te zijn verdwenen,

Want alles lijkt weer gewoon te zijn.

Die prachtige nieuwe kleren,

Die hele fijne nieuwe fiets.

Alles blijkt weer heel vertrouwd en normaal.

En die gedachten blijven doorgaan.

Oh ja,

Natuurlijk.

Helemaal verdwenen.

Ik was weer helemaal verdwenen in al die gedachten en maar denken,

Denken,

Denken,

Denken.

En plotseling was daar weer een nieuw besef.

Dat al dat denken ervoor zorgde dat die nieuwe kleren en die prachtige fiets als het ware gemanifesteerd of gecreëerd werden.

Dus dat denken zorgt voor van alles.

Wat zo duidelijk maakt dat dat denken er ook weer voor zorgt.

Dat er heel veel lijden is.

Veel zorgen.

Oh,

Als die mooie dure fiets maar niet gestolen wordt en geen vlek komt op de kleding.

Och,

En dan gebeurt het toch.

En wat fijn,

Want daar is weer een kort moment van verstilling.

En laat het leven je plotseling zien dat het leven altijd een perfecte expressie is van datzelfde leven.

En je meer en meer leert,

Doordat je meer en meer helder wordt,

Dat het leven te vertrouwen is.

Dus wegfiets,

Foetsie,

Verdwenen.

En die vlek,

Helaas,

Gaat er ook niet meer uit.

En daar is de mogelijkheid om meer te leren,

Om te zien dat alles precies klopt en dat er feitelijk ook niet echt iets aan de hand is.

In het lijf lijkt het nog wat vervelend.

En die drukken denkende gedachten,

Die lijken ook niet op te houden.

Hoe kunnen ze?

Wie neemt er nu een fiets mee?

Wie doet dat nou?

Waarom was ik nou niet voorzichtiger?

Had ik me maar even omgekleed voordat ik de keuken inging?

Dat vervelende gevoel in de buik.

En daar is weer een herinnering door het leven gegeven als vanzelf.

Fantastisch.

Oké,

Even geen gedachten.

Nog steeds een wat nare gevoel weer ligt in het lijf.

Maar daar is weer die tegelijkertijdheid.

Maar wat is dat?

Gelijktijdig ervaren dat iets in het leven onveranderlijk,

Meningloos,

Stabiel aanwezig is.

Zonder lijf,

Zonder locatie,

Tijdloos,

Woordeloos,

Niet te benoemen,

Niet te vatten,

Niet te pakken.

En toch,

Jij.

Haha,

Jij.

Die zorgeloze jij.

Die je in feite geen jij kunt noemen.

Want ook ik en jij en hij en zij en hun en hen zijn die jij.

Die jij voorbij,

De jij.

Iets wat je zou kunnen benoemen als zijn de bewustzijn,

Een niet persoonlijk bewustzijn.

Wat voor ieder hetzelfde is.

En niet dat ik een bewustzijn heb of jij een bewustzijn.

Ook al wordt dat in de westerse wereld zo gezien.

Gekoppeld aan die hersenen,

Aan dat lijf.

Nee,

Waar we hierover spreken en waar we meer en meer in leren te ervaren is dat er iets is als een bron.

Een liefdevolle bron.

Een goddelijke bron.

Allemaal woorden.

Een niet persoonlijk bewustzijn.

Niet persoonlijk.

Die jij die denkt die jij te zijn die ik.

Die denkt hoe is het in godsnaam mogelijk.

Via het denken van die ik zal het ook nooit ervaren worden.

En daarom deze aanwijzingen telkens weer.

Voorbij het denken.

Alsof je een stap terug doet.

Een aanschouwer wordt.

Aanschouw het allemaal maar eens.

Want oh oh oh is het niet genoeg geweest.

Je telkens weer bemoeien met het leven.

Het proberen te manipuleren.

Is het niet genoeg geweest.

Het leven klopt nu bij je aan als het ware.

Men klopt jou omver.

De jij die je denkt te zijn.

Het klopt net iets te hard.

Je valt om.

Je valt weg.

Je verdwijnt.

Je wordt helemaal transparant.

Je lost op.

Het gevoel die ik te zijn verdwijnt.

Laat het maar heerlijk ontstaan.

Want is het niet genoeg geweest.

Geen lijf.

Geen stem.

Geen gevoel.

Niets meer.

Geen herinnering.

Geen toekomst.

Geen plannen.

Als het ware sterven voordat je doodgaat.

Los maar op.

Want is het niet zo dat waar je nou op zoek bent een oplossing is.

Misschien is deze oplossing aanwezig.

Door zelf volledig op te lossen.

Oké,

Dus de oplossing is gevonden.

We lossen op.

Opgelost.

Klaar is.

Vul zelf maar in.

Soms zou je hebben gewild dat je Kees was.

Die wist het allemaal al veel eerder.

En dan.

Volledig opgelost.

Het denken niet meer als belangrijk ervarend.

Meningloos telkens weer van tijdloos moment naar tijdloos moment.

Hé,

Ben jij daar?

Je ziet weer iemand.

En diegene die zegt van alles.

Die laat van alles zien.

En jij ervaart die tegelijkertijdheid.

Een totale openheid.

Een rust.

Wat ben je rustig,

Zegt die ander.

Ah,

Ja,

Eigenlijk wel.

Nu je het zegt.

Het wordt al mijn eerste natuur.

Begin er al aan te wennen.

En dat is best prettig.

En weet je hoe het komt,

Zeg je?

Nee?

Ik oefen in het leven.

En die beoefening van het leven staat voorop.

En toen viel het stil.

Oefenen?

Ja,

Oefenen.

Een soort training.

Het leren herkennen van gedachten.

Het doorzien van die gedachten.

Het leren herkennen van pure waarheid.

Het niet meer geloven dat mijn lijf mijn lijf is.

Dat ik dat ben.

Daar telkens weer in onderzoeken.

En zitten en staan en lopen.

Gewoon zijn.

En telkens weer ervaren dat die ik die ik dacht te zijn,

Dat ik dat niet ben.

En daar ontstaat die rust.

Telkens weer het besef dat er iets is voorafgaande aan alles wat gedacht,

Gevoeld,

Geproefd,

Geroken,

Gezien wordt.

Er is iets al compleet.

En dat telkens weer zien,

Dat vraagt wat beoefening.

Net als jij was ook ik het niet gewend om alsmaar tot die rust te komen.

Om telkens weer te zien dat dat wat ik dacht niet een ultieme waarheid is.

Kees wel,

Die was al klaar,

Die wist dat al.

Ja,

Was ik Kees maar.

Maar ik ben geen Kees en in feite zal ik ook nooit klaar zijn.

Want die beoefening vindt plaats in dit tijdloze moment totdat die laatste ademhaling plaats zal vinden.

En dat is mooi om mee te nemen in het dagelijkse,

Dat die laatste ademhaling ieder moment kan plaatsvinden.

Door dat te beseffen,

Meerdere malen per dag,

Wordt het wonder van dit mysterieuze leven gezien.

De vogels gehoord en verder kan deze menselijke vorm doorgaan in alles wat als vanzelf ontstaat,

Geheel onverstoord.

Het piekeren mag er zijn,

Het verdriet de boosheid.

En tegelijkertijd is daar die ervaring.

Van iets waarvoor geen woorden zijn.

En dat is fijn,

Want daar waar geen woorden zijn,

Is het altijd rustig en daarmee fijn.

En zo prachtig om telkens weer te zien dat het leven als vanzelf beweegt,

Als vanzelf weer behulpzaam is.

Dit soort boodschappen tot die menselijke vormen lijkt te brengen.

Want oh,

Zo mooi,

Wat een cadeau,

Als je voorbij die jei telkens weer mag ervaren dat het oké is,

Dat je oké bent,

Dat het te vertrouwen is,

Dat het veilig is.

Dat het ook oké is als je evenweer depressief bent,

Of een langere tijd.

Ook dat verdriet is oké,

Werkelijk oké.

En omdat je hebt geluisterd naar dit soort lessen,

Lukt het je ook al meer en meer om nieuwsgierig te kijken naar die donkere wolken.

En vraag je je meerdere keren per dag af,

Hé,

Ik ben toch echt benieuwd wanneer ze gaan verdwijnen.

Zal het vandaag al zijn,

In deze tijdloze dag,

Of is het morgen?

Wanneer,

Wanneer,

Wanneer?

En ow,

Natuurlijk,

Ow,

Ow,

Ow,

Wat kan het leven verdorie pijnlijk zijn.

Heel,

Heel rauw.

Enorm.

Dat is zo.

Het is zo.

En het lijkt erop,

Alsof we aangeleerd krijgen,

Dat dat niet zo hoort te zijn.

En hoe mooi,

En hoe pijnlijk ook,

Het blijkt,

En daar is-ie weer,

De Boeddha.

Dat het leven lijden is.

En dat kun je heel makkelijk zien aan je lijf,

Dat lijf wat telkens weer pijntjes heeft,

Of soms heel erg veel pijn heeft.

Daaraan kun je het al zien.

Soms ondraaglijk.

En toch zijn daar manieren om,

Als het ware,

Anders mee om te gaan dan dat je gewend bent.

Want je kunt je misschien voorstellen dat wanneer je je niet meer identificeert met dat lijf,

Er iets totaal anders kan ontstaan.

Loslaten.

Loslaten van het anders willen.

Helemaal loslaten.

Daar lig je bijvoorbeeld met fysieke pijn.

Niet te dragen,

Absoluut niet te dragen.

Geen mogelijkheid om weer een paracetamol te nemen.

Want ook die helpen niet meer,

En ook andere medicatie niet.

Dus wat blijft er over?

Gedachten natuurlijk.

Er niet meer mee kunnen zijn,

Misschien niet meer mee willen leven.

En zou het op dat moment mogelijk zijn om het los te laten?

Het verzet.

Het anders willen.

Het willen veranderen.

Loslaten.

Laat los.

Ermee te stoppen het te bevechten.

Zou dat mogelijk zijn?

Wetende dat alles komt en alles gaat weer.

En als het er nu lijkt te zijn,

Dan is het er.

Natuurlijk zijn er weer gedachten die denken,

Ik wil er vanaf.

Weg,

Weg,

Weg,

Weg.

Daar volledig in stoppen,

Zou dat tot de mogelijkheden behoren.

Zou je kunnen vallen in een transparante ruimte,

Voorbij ieder gevoel?

Zou je kunnen vallen in wat je zou kunnen noemen jezelf,

Je ware zelf?

Duik eens dieper weg.

Ga maar,

Als je wil.

Niets meer benoemen,

Niets,

Niets,

Niets meer benoemen.

Die jij voorbij,

Die jij,

Die je denkt te zijn.

Die is ruimer,

Die is pijnloos.

Die heeft nooit iets vastgehouden.

Ruimer en ruimer.

Vrijer en vrijer.

Neem nog maar eens een diepe ademhaling in.

Lichamelijke pijn,

Mentale pijn.

Wat als die twee gescheiden kunnen worden?

En wat als de mentale pijn,

Het benoemen van alles wat gevoeld wordt,

Weg kan vallen?

Alle toekomstige scenario's weg kunnen vallen.

Er kan worden ervaren dat dit tijdloze moment is wat het is.

En daar ben je weer,

Je hoort de vogels weer fluiten,

Ah ja,

Natuurlijk.

En plotseling merk je op dat het leven vergankelijk is.

Dat alles komt en gaat,

Dat pijn komt en gaat.

En dat met name ook die gedachten komen en gaan.

En ik zag ze helemaal niet,

Want de meest van de dag was ik gewoon verdwenen in al dat denken.

En dacht ik,

Wat moet ik nou met dat leven?

En doordat die lessen langskwamen vliegen,

Zoals de vogels ook vandaag weer,

Kwam er helderheid,

Kwam er een besef dat er iets anders mogelijk is,

Een radicale shift.

Shift je mee,

Shift je mee naar dat leven waarin er een leven voor en na lijkt plaats te vinden.

Een leven waarbij er telkens gedacht wordt.

Denken,

Denken,

Denken,

Denken,

Denken.

Twijfels,

Gevoelens,

Bah,

Ingewikkeldheden.

En daar dat andere leven waarbij die shift heeft plaatsgevonden.

Twijfelloosheid.

Heerlijkheid.

Ja,

Plezier,

Luchtigheid en ook weer zware gevoelens.

Maar daar altijd weer die helderheid als het gaat om gedachten die komen en gaan.

Kom je gedachten,

Ga je mee?

Ga je mee naar mijn hart?

Daar zul je mogen ervaren dat je zacht bent,

Dat je geen werkelijk bestaan hebt.

Ja,

Jij ook,

Jij,

Prachtige gedachten,

Kom maar mee,

Doorheen mijn hoofd naar mijn hart.

Kom maar daar gezellig samen zijn en ervaren dat er iets anders,

Al helemaal rustig,

Liefdevol,

En warm aanwezig is.

Daar is die weer,

Die diepe zucht.

En de rust,

En de stilte,

En de vogels,

En het leven,

En de dood,

En alles wat zo mysterieus aanwezig is,

Neem je voor lief.

Want je bent lief.

Die shift is ontstaan en je bent lief,

Je bent liever dan ooit tegen iets wat jij lijkt te zijn.

Je bent lief als er weer een negatieve gedachte ontstaat over wat je dacht dat je zelf was.

Ook dan ben je lief.

Had ik het maar zus of zo gedaan.

Je bent lief,

Je spreekt jezelf liever aan,

Omdat je weet dat dat wat je bent,

Niet is wat je dacht dat je was.

En ook die gedachte die komt en gaat,

Over wat ben ik dan wel,

Wat is het dan werkelijk,

Ook die gedachte laat je weer heerlijk met rust.

Want je weet dat er iets is wat al rustig is,

Maar wat geen woorden nodig heeft,

Wat je niet hoeft vast te kunnen houden.

Maar waarvan je weet dat dat al een heel leven zogezegd aanwezig is.

Terwijl alles ontstond in je leven,

Al die ervaringen,

Was het er al.

Het was al rustig,

Het was al stil,

Heel,

Heel,

Heel stil.

Fluister maar.

En adem maar.

Want dat wat je ademt,

Is heel liefdevol.

Wil dat je hier bent.

Zorg ervoor dat je hier bent.

En dat wat jou ademt,

Ook daar zijn geen woorden voor.

Het is het mysterie.

Het fantastische mysterie.

Luister maar.

Laat los.

Tijdloze,

Naamloze jij.

Voorbij die jij die je denkt te zijn.

4.5 (4)

Recente Beoordelingen

Sanneke

February 19, 2026

Dank je wel voor deze bijzondere & mooie opname! Door de lengte kon ik er echt in zakken en wat doe je het toch op een authentieke wijze. Ik heb met een lach en een traan geluisterd. Liefs Sanneke 🙏💚🌟

© 2026 Ruben Bach. All rights reserved. All copyright in this work remains with the original creator. No part of this material may be reproduced, distributed, or transmitted in any form or by any means, without the prior written permission of the copyright owner.

Trusted by 35 million people. It's free.

Insight Timer

Get the app

How can we help?

Sleep better
Reduce stress or anxiety
Meditation
Spirituality
Something else