
Elfjesvlucht – Een Magische Meditatie Voor Kinderen
In deze rustige meditatie word je meegenomen naar de wereld van de elfjes, waar twee vriendelijke elfjes op je wachten. Met hun glinsterende toverstafjes nodigen ze je uit om samen met hen te vliegen, licht en vrij, door de lucht. Terwijl je rustig ademt, helpt het luisteren naar het avontuur van de elfjes je om je lichaam te ontspannen en je hoofd stil te laten worden. Je voelt je veilig, gedragen en blij, alsof alles even precies goed is. Deze meditatie helpt kinderen om: tot rust te komen na een drukke dag, spanning los te laten uit lichaam en hoofd, hun verbeeldingskracht te gebruiken en een gevoel van veiligheid en vertrouwen te ervaren. Geschikt voor het slapen gaan, na school of als een zacht pauzemomentje overdag. Sluit je ogen, adem rustig in… en laat je meevoeren op de vleugels van de elfjes.
Transcript
Zorg eerst dat je helemaal goed ligt,
Dat je deken of dekbed of laken lekker over je heen ligt.
Misschien wil je op je buik liggen en luisteren,
Misschien lig je liever op je rug,
Of misschien vind je het fijn om op je zij te liggen.
Alles is oké,
Zolang jij maar een houding vindt waarin je kan ontspannen en misschien val je ook in slaap.
En adem maar eens even heel diep in,
Alsof je je buik helemaal opblaast als een soort ballon,
En blaas dan maar uit,
En doe dat nog een keer,
Adem diep in,
Alsof je je buik helemaal opblaast als een ballon,
En laat weer los.
En nog een keertje,
Laatste keer,
Adem diep in,
Je buik is helemaal opgeblazen,
En laat weer los.
Draai dan je hoofd heel even heen en weer,
Van links naar rechts,
En leg je hoofd dan weer neer.
Maak even vuisten van je handen,
En adem in,
Knijp stevig in die vuisten en tul je armen een klein stukje omhoog,
Dus al die spieren even aanspannen,
En laat weer los,
Ontspannen.
En dan tul je je linkerbeen even omhoog,
Een klein stukje maar,
Misschien maar een paar centimeter,
En trek de tenen even naar je toe,
En ontspan dan weer en laat je been weer zakken.
Adem in,
Tul dan je rechterbeen een klein stukje omhoog,
Trek de tenen naar je toe,
En houd eventjes dus je been een klein stukje in de lucht,
En laat weer los,
Laat je been weer zakken.
En zak dan maar wat dieper en dieper en dieper naar beneden.
Alsof je eigenlijk een beetje in het water valt,
En je zakt helemaal naar beneden steeds dieper en dieper en dieper,
En het is donker onder water,
En dan in één keer lijkt het wel alsof je door hele kleine handjes omhoog wordt geduld.
En voor je het weet lig je in een heel groot blad,
En dat blad wordt een beetje om je heen gevouwen door allemaal kleine elfjes,
En die elfjes houden allemaal touwtjes vast,
En trekken jou zo over het water met hun mee,
En jij drijft daar op dat hele grote blad,
En je trekt je knieën lekker omhoog,
Je maakt jezelf een beetje klein,
En je ontspant,
Want je zweeft als het ware,
Of je dobbert,
Je vaart eigenlijk over een groot meer heen.
En je vindt het wel ontspannen,
En je doet je ogen dicht,
En voor je het weet ben je in dromenland.
Je bent in het land van de elfjes.
En dan is het opeens dag,
En dan zie je opeens een elfje zitten ergens aan de rand van het meer,
En het elfje is een beetje verdrietig,
En hij heeft een stok in zijn hand,
En met die stok maakt hij kringetjes in het water,
Draait hij rond en maakt hij kleine draaikooltjes.
Het is duidelijk dat het elfje zich een beetje verveelt.
Dan loopt hij weg,
En pakt een paar steentjes,
En gaat hij steentjes over het water gooien,
En dan zie je zo hoe dat steentje over het water ketst.
1,
2,
3,
4,
En dan zakt het naar beneden.
En hij probeert het nog een keer en gooit een steentje over het water.
1,
2,
3,
4,
5,
En dan valt dat steentje naar de bodem van het meer.
En dan heeft de elf er genoeg van,
En wandelt tussen de grasbrietjes door.
Hier en daar groeit het elfje,
Een andere grote,
Oudere elf.
En dan loopt het richting geluid dat de elf hoort.
Dit geluid kent hij eigenlijk niet,
Maar hij wordt er wel door aangetrokken.
De elf is eigenlijk heel nieuwsgierig geworden,
En besluit naar het bijzondere geluid toe te lopen.
En dan ziet hij tussen wat riet en grasbrietjes door en wat planten,
Zit hij op een steen vlakbij het water,
Een elfje zitten dat viool aan het spelen is.
Ze is duidelijk aan het oefenen,
Want hier en daar klinkt het niet helemaal goed,
Maar hier en daar klinkt het zo mooi,
Alsof je helemaal mee wilt zweven in de lucht op de tonen die langzaam vervagen.
De elf gaat zitten en luistert een tijdje naar het elfje dat steeds beter op de viool kan spelen.
De elf leunt tegen een boomstam en sluit zijn ogen.
Het is heerlijk om naar deze rustgevende muziek te luisteren.
En dan dreigt er gevaar.
De elfjes weten dat als geen ander,
Doordat ze heel goed kunnen ruiken,
En ze ruiken allebei eigenlijk,
Dat er een beest aankomt die voor hun een bedreiging vormt.
De elf die tegen de boomstam zit springt op en het elfje dat aan het viool spelen was kijkt ook om zich heen om ergens dekking te zoeken,
Om ergens zich te verschuilen en dan zien ze elkaar.
Het elfje stopt razendsnel de viool in haar rugzak,
Pakt haar toverstaf en met de toverstaf tovert ze zo een aantal steentjes in het water en loopt zo over die steentjes naar de andere elf.
Hij steekt zijn hand al uit om haar te helpen en trekt haar mee de boomstam in.
De elf had goed gekeken en zag dat er een soort holletje in de boomstam was en daar verschuilen ze allebei.
En dan komt het gevaar.
Een grote dikke rat komt snuffelend op de plek waar het elfje viool had gespeeld.
En de rat ruikt natuurlijk de elfjes.
De rat kijkt om zich heen maar ziet niks,
Er is geen elfje te bekennen.
De rat is een beetje boos en hij trekt een boos gezicht waardoor je de vlijmscherpe tanden van de rat kan zien.
Maar goed,
De elfjes zijn niet te zien dus de rat snuffelt weer verder en gaat weer weg.
In de boomstam zitten de twee elfjes en tot hun grote verbazing staat daar in die boomstam een potje met honing.
Dat heeft misschien een beer daarachter gelaten.
Ze kijken elkaar aan en lopen naar de honing toe.
Met twee kleine stokjes halen ze er steeds een hapje honing uit en zitten die lekker op te smullen.
De elf zegt tegen de andere elf,
Jeetje wat kan jij mooi viool spelen zeg.
Ik werd er helemaal rustig van.
Oh dankjewel,
Ja ik ben het aan het leren.
Ik kan het nog maar een paar weken maar ik vind het zo leuk dat ik elke dag aan het oefenen ben.
Het is echt prachtig en het is knap hoe goed je aan het oefenen bent.
Begrijp dat het niet makkelijk zal zijn.
Nee zeker niet,
Het is heel erg moeilijk maar ik vind het zo leuk om te doen dus dan geeft het niet.
Bedankt trouwens dat je mij hielp om te vluchten.
Een fijne plek hier in de boom en we hebben geluk met deze honing.
Nou zeker.
Dit is eigenlijk een goede schuilplaats om in de gaten te houden en laten we niet alle honing opmaken zodat de beer niks in de gaten heeft.
Die paar kleine hapjes van ons elfjes zullen wel niet uitmaken.
Nee dat denk ik ook zegt het andere elfje.
Hoe heet je eigenlijk vraagt de ene elf aan de andere elf.
Elise zegt het elfje.
En jij?
Oh ik heet Raja,
Dat betekent koning.
Haha ze moet lachen.
Wat een bijzondere naam heb je.
Ach ja,
Mijn ouders hebben me deze naam gegeven.
Het is wat het is hè.
Denk je dat de kust weer veilig is?
Dat we weer naar buiten kunnen?
Laat me even kijken of het gevaar geweken is,
Zegt Raja.
Hij kijkt om het hoekje en ziet geen gevaar.
Zullen we samen even op pad gaan?
Ik weet een heel mooi bloemenveld hier in de buurt.
Ja leuk,
Zegt Elise.
Kom dan gaan we.
En voor je het weet vliegen ze samen in het rond met hun toverstafjes.
Raken ze van alles aan in de lucht,
Op de grond.
Brengen ze een glimlach op een gevaarlijke slang die ze voorbij gaan,
Maar die hun toch niet te pakken kan krijgen.
Ze komen ook een pandabeertje tegen die lekker tegen zijn moeder aan ligt,
Te rusten.
Ze komen ook voorbij een olifant en haar moeder.
Ze komen voorbij een heel dorp vol met kikkers.
Ze zien allemaal sprinkhanen en ze zien overal lekkere vruchten waar ze steeds een klein een mini hapje van nemen.
En dan komen ze op een veld vol met bloemen.
Allemaal verschillende kleuren.
En daar gaan ze verstoppertje spelen.
Achter de blaadjes van de mooiste gekleurde bloemen.
En voor je het weet door hun gelach,
Door hun plezier komen er ook nog andere kinderelfjes bij.
En met z'n allen spelen ze verstoppertje.
En ze hebben de tijd van hun leven.
En dan begint het langzaam een beetje donker te worden.
Voor hun is dat op zich geen probleem,
Want met hun toverstafjes kunnen ze gewoon licht creëren.
Maar ja,
Hun ouders willen wel graag dat ze op tijd thuis zijn.
Elise zegt,
Oh,
Radja,
Ik weet eigenlijk niet meer hoe ik vanaf hier naar huis moet.
Zou je mij kunnen helpen naar huis te brengen?
En Radja zegt,
Tuurlijk,
Geen probleem.
Waar woon je?
Ik woon aan de rand van het bos bij de grote ananasboom.
Ah,
Die ken ik wel.
Ik woon daar in de buurt,
Bij de grote mangoboom.
Ah,
Oké,
Dat is niet zo ver weg.
Kom,
Dan gaan we.
En samen vliegen ze door de lucht.
Natuurlijk hebben ze eerst nog even afscheid genomen van hun vriendjes en vriendinnetjes.
En dan vliegen ze samen weer door de lucht.
Het is een prachtig gezicht.
Allerlei elfjes die teruggaan naar hun families.
Naar de mensen die voor hun zorgen.
En zo verlichten ze eigenlijk de lucht.
Net als vuurvliegjes in de jungle.
De elfjes vliegen naar huis.
En vlak bij de ananasboom zegt Radja,
Ik vond het super leuk om je te leren kennen.
Zullen we morgen weer afspreken?
Ja,
Graag,
Zegt Elise.
Zullen we weer bij dezelfde plek afspreken?
Ja,
Zegt Elise.
En ik weet nu,
Als er gevaar dreigt,
Waar ik terecht kan.
Waar ik even kan schuilen.
In die boom.
Dat is goed,
Zegt Radja.
Dan zie ik je of bij de steen,
Bij het water of in de boom.
En misschien neem ik mijn blokfluit wel mee.
Kunnen we samen oefenen.
Ja,
Wat een goed idee,
Zegt Elise.
Nou,
Fijne avond en slaap lekker.
Ja,
Fijne avond,
Zegt Elise.
Doeg.
Doeg.
En zo vliegen ze allebei naar huis.
Naar een mooie,
Avontuurlijke dag.
En voor je het weet,
Liggen Radja en Elise ook lekker in hun bedjes.
En dromen van de mooie dag die ze samen hebben beleefd.
Slaap lekker.
En droom jij hier ook van,
Vannacht?
Maak kennis met je leraar
