
Kalmte en Concentratie 2
Kalmte en concentratie meditatie 2 Aandacht voor het hele lichaam en de beweging van de adem bij de buik. De basis van de kalmte en concentratie meditatie is het lichaam en de adem. De meditaties zijn eenvoudig en je leert, verzachten, vereenvoudigen en vertragen. Het lichaam laten ontspannen en zo ook je gedachten steeds meer tot rust laten komen. Met speciale dank aan Karin Rekvelt voor het delen van deze meditaties en de bijbehorende training.
Transcript
Kand en concentratie 2.
Aandacht voor de adembeweging in de buik.
Voor deze meditatie wil ik je uitnodigen om te komen zitten in de zittende meditatiehouding die nu het meest comfortabel voor je is.
En om alles wat je vandaag gedaan hebt,
Of wat je misschien nog moet doen,
Te laten zijn voor wat het is.
Er voor nu niks meer mee hoeven doen.
En zo de overgang maken van doen naar zijn.
Bewust aanwezig zijn hier,
Nu,
In dit moment.
De aandacht naar je lichaam brengen.
En bewust zijn van hoe je hier nu zit.
Bewust zijn van het zitten.
Van de houding waarin je zit.
Contact maken met de ondergrond.
Je billen voelen in contact met de stoel of het kussen.
De benen gedragen door de ondergrond.
Ontspannen rechtop zitten.
Ruimte maken om de adem zo makkelijk mogelijk te laten stromen.
De armen en handen ontspannen.
Rustend in de schoot of op de bovenbenen.
Het hoofd rechtop en de kin een klein beetje ingetrokken.
En de nek zo ontspannen mogelijk laten zijn.
De ogen gesloten als dat prettig voor je voelt.
En zo gewaar zijn van zitten.
En op een inademing breng je de aandacht naar je lichaam toe.
De aandacht door het hele lichaam laten gaan.
En dan vooral naar die plekken waar er nog wat spanning zit.
Een verharding of vernauwing.
Daar op een inademing naartoe gaan.
Wat ruimte geven.
En op een uitademing laten gaan.
Verzachten.
Als er gedachten of emoties zijn,
Daar niets mee hoeven doen.
Op een uitademing laten gaan.
En op een inademing de aandacht weer naar je lichaam brengen.
En kijk maar wat het lichaam nodig heeft om zich op het gemak te voelen.
En voel dan nu bewust hoe het gesteld is in je gezicht.
De spieren rondom de ogen ontspannen laten zijn.
Het voorhoofd open.
De spieren rondom de mond.
De kin en de kaken wat zachter maken.
Misschien een kleine glimlach laten opkomen.
Om zo de spieren en het gezicht wat te laten ontspannen.
En ook de nek en de schouders ontspannen laten zijn.
Zo ontspannen mogelijk.
Net als de armen en de handen.
En het bovenlichaam.
Ontspannen rechtop.
Misschien is de beweging van de adem voelbaar in het bovenlichaam.
En dan ook alleen deze beweging voelen.
De beweging van de inademing.
En de beweging van de uitademing.
Het contact voelen van de billen met de ondergrond.
De benen en de voeten voelen.
En steeds als er wat ongemak voelbaar is,
Welke niet nodig is voor deze houding,
De houding waarin je nu zit,
Dan laat je deze spanning op een uitademing wegvloeien.
Laten gaan.
En ook niet hoeven bewegen.
Alleen de beweging van de adem is voelbaar in het lichaam.
En zo steeds gewaarzijn van wat het ook is wat zich nu in je lichaam aan je voordoet.
En dan vooral aandacht voor het verzachten.
In die gebieden waar nog wat spanning is,
Druk of een ander ongemak.
En kijk of je het lichaam zo,
Zo ontspannen mogelijk kan laten zijn.
Het lichaam echt op het gemak laten zijn.
Dan wil ik je nu uitnodigen om de overgang te maken naar de beweging van de adem.
Kijk maar of je een paar keer wat dieper in en uit kan ademen.
Dus heel bewust dieper inademen.
En de uitademing laat je als vanzelf gaan.
Bewust fysiek gewaarzijn van de beweging van een diepe inademing en een lange rustige uitademing.
En dan laat je daarna de adembeweging haar eigen ritme hebben.
Niets sturen,
Niets veranderen,
Niets forceren.
En soms heeft de adembeweging wat meer tijd nodig om tot rust te komen.
En laat dat dan ook vooral vanzelf gaan.
Merk maar op hoe het lichaam zelf ademt.
Je hoeft hier niets voor te doen.
Alleen ontspannen gewaarzijn.
En als je merkt dat er in je lichaam weer wat gebieden zijn die zowat verkrampen of waar druk ontstaat,
Dan merk je dit op.
En op een inde ademing kan je er naartoe ademen,
Ruimte geven en op een uitademing verzachten,
Ontspannen,
Telkens opnieuw.
En als je merkt dat er veel onrust is,
Misschien wel lichamelijke bewegelijkheid of misschien mentale onrust,
Dan is het behulpzaam om op de uitademing wat te verzachten,
Wat extra aandacht te geven aan het uitademen.
En op de inademing breng je dan de aandacht weer naar het lichaam toe.
Laat hier zo zitten.
En dan vooral gewaarzijn van de beweging van de adem,
Zoals je die nu kan voelen in je lichaam.
Als je merkt dat je juist wat slaperig wordt,
De neiging hebt om een beetje weg te zakken,
Breng dan juist wat meer aandacht naar de inademing.
Energie brengen naar de inademing en op de uitademing weer laten gaan.
En als je zo in balans zit,
Met aandacht voor je lichamelijke sensaties en de beweging van de adem in het lichaam,
Dan gaan we het aandachtsveld wat kleiner maken,
Om zo nog wat meer te trainen in de continuïteit en de stabiliteit van aandacht.
Nu de aandacht niet meer door het hele lichaam laten gaan,
Maar de aandacht naar het gebied van de buik laten gaan,
Daar waar de beweging van de adem voelbaar is in de buik.
En ook deze beweging heeft vaak haar eigen ritme.
Soms kort,
Soms lang,
Soms onregelmatig,
Soms regelmatig.
En ook nu hoef je niets te veranderen,
Niets te sturen.
Laat de beweging maar gewoon zijn,
Zoals ze is,
Nu op dit moment.
En op de uitademing kan je blijven ontspannen.
En als je merkt dat er veel gedachten zijn,
Veel mentale onrust,
Dan kan het behulpzaam zijn om de beweging van de adem te tellen,
Om zo de onrust wat te kalmeren.
Merk de inademing op,
En de uitademing,
En dan tel je innerlijk heel licht 1.
Dan komt er weer de inademing,
En de volgende uitademing,
En dan tel je 2.
En zo tel je elke beweging van de adem van 1 tot 10.
Als je de tel kwijtraakt,
Of bij 10 bent,
Begin je weer opnieuw.
En zo nu en dan kan je er ook voor kiezen om weer eens te voelen hoe het gesteld is in de rest van je lichaam.
Of er toch niet onnodige spanning is gegaan naar bepaalde lichaamsdelen.
Een gevoel van druk,
Hardheid,
Of een ander ongemak.
Als je daarvoor kiest en je lichaam zo weer wat verkent,
Geef dan weer ruimte aan die gebieden waar je de spanning voelt,
En op die uitademing weer verzachten,
Ontspannen.
Kijk maar welke gebieden voor jou vertrouwd zijn,
Waar soms spanning wat vast kan zitten.
Misschien in het gezicht,
Bij de kaken,
Of misschien is het juist in de schouders of de rug.
En daar dan met vriendelijke aandacht naartoe ademen,
Ruimte geven en op de uitademing verzachten.
En voel dan ook de beweging van de adem in de buik weer.
De inademing,
De uitademing,
Het reizen en dalen van de buikgewaarzijn.
En zo op elke uitademing verzachten,
Laten gaan,
En de beweging van de adem voelen in het buikgebied.
En zo oefen we nog een aantal minuten in stilte,
Totdat je de gong weer hoort en de meditatie is afgelopen.
Maak kennis met je leraar
4.6 (118)
Recente Beoordelingen
More from Suzan van der Goes
Gerelateerde Meditaties
Verwante Leraren
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
