
Thuiskomen, een visualisatie en innerlijke reis
by Tijs Breuer
Je ervaart de ruimte om je heen waar je nu bent. Stel je maar voor, jouw nieuwe huis, waar jij naar binnen gaat. Dit is de plek waar jij aankomt en je helemaal thuis gaat voelen. Je bezoekt alle kamers en gaat overal even zitten. Elke kamer is verbonden met een deel van je lichaam. Zo maak je een innerlijke reis waarbij je steeds meer naar binnen gaat met je aandacht. Tenslotte gaat je aandacht naar buiten, je verbindt je met je omgeving, waar jij je ook thuis kan voelen.
Transcript
Thuiskomen heet deze meditatie.
Kijk maar even om je heen,
De ruimte waar je op dit moment bent.
Voel ik me hier helemaal thuis.
Helemaal omhoog,
Omlaag,
Zijkanten om je heen.
Maak maar even een beweging met je armen,
Dat je die hele ruimte om je heen voelt ook.
Leg je handen op je knieën en sluit maar even je ogen.
Beginnen we met een korte visualisatie.
Stel je maar voor jouw nieuwe huis,
De nieuwe plek waar jij thuis gaat komen,
Waar je nu voor het eerst aankomt.
Je staat voor het huis.
Stel je maar voor hoe dat huis eruit ziet,
Jouw nieuwe plek.
Is het een vrijstaand huis of een appartement?
Is het in de stad of in de natuur?
Is er een tuin?
En maak het maar helemaal zo mooi als jij je wenst dat jouw nieuwe thuis eruit ziet.
Je loopt rustig naar de deur toe.
De deur is niet op slot.
Loop maar naar binnen.
Het is binnen stil.
Jij bent de enige.
Je loopt naar de woonkamer.
Kijk maar hoe de ruimte eruit ziet.
Misschien is die leeg.
Misschien is die al helemaal ingericht.
Je gaat in het midden van de kamer zitten.
De kamer galmt nog een beetje.
Het is er stil verder.
En toch voel jij je gelijk helemaal thuis op deze plek.
Dit is jouw plek,
Jouw nieuwe thuis.
Je zit op de grond en je luistert naar de stilte.
En je gaat met je aandacht naar binnen.
He he,
Ik ben thuis,
Aangekomen.
Op mijn nieuwe plek.
De plek die mijn huis wordt.
Mijn nieuwe thuis.
Voel maar wat er hier anders is dan de plek die je gewend bent om te zijn.
De plek waar je de afgelopen tijd bent geweest steeds.
Wat voelt er hier anders en wat maakt het dat je je hier nog meer thuis kan gaan voelen?
Je maakt jezelf comfortabel,
Dat je goed kan zitten.
En terwijl je zo de stilte in die ruimte ervaart,
De leegte die daar nog is,
De nieuwheid van deze plek die nog onbekend is,
Ga je naar binnen met je aandacht alsof die ook nieuw is.
Alsof de aandacht om naar binnen te gaan ook een nieuwe reis is voor jou.
Alsof je voor het eerst mediteert.
Alsof je voor het eerst je eigen lichaam ervaart,
De beweging van je ademhaling heel bewust observeert,
Intenser dan je ooit eerder hebt gedaan.
Voel maar de intensiteit van elke ademhaling.
Ook al heb je een rustige ademhaling,
Toch voelt het intens aan.
Dus ga maar weer terug naar binnen en ervaar maar die intensiteit van jouw ademhaling.
Ook al is die subtiel,
De intensiteit zit in jouw aanwezigheid,
In het waarnemen,
Met je volle aandacht jouw adem observeren.
Merk maar dat er van alles gebeurt op elke in- en uitademing in jouw lichaam.
Je buik daait uit,
Je borst,
Je ervaart een bepaald gevoel in je lijf.
Observeer maar wat er gebeurt terwijl jij zo heel bewust ademhaalt.
Alsof je dat voor het eerst zo bewust doet.
En voel maar,
Kijk maar of je je thuis kan voelen in jouw eigen lichaam.
Misschien zijn er dingen die maken dat je je wat minder thuis voelt.
Misschien zijn er bepaalde gedachten die langskomen of misschien zijn er pijntjes of spanningen.
Ga daar maar gewoon naartoe dan met je aandacht.
Ga maar naar dat plekje waar je wat spijn voelt.
En stel je maar voor dat je dat plekje ook toestemming geeft om helemaal thuis te komen.
Ook dat plekje mag er zijn.
En misschien is er ergens een plek waar je nog wat spanning voelt,
Wat stijfheid.
Ga daar ook maar even met je aandacht naartoe,
Naar die plek.
Kijk maar of je daar ook thuis kan zijn op die plek van je lichaam.
Of je je daar net zo thuis kan voelen als de plekken die aangenaam voelen.
En als de gedachten langskomen,
Kijk daar maar naar,
Naar die gedachten,
Als een observant.
Je neemt je gedachten waar als een soort buitenstaander.
En je nodigt de gedachten uit om gewoon bij jou te komen zitten.
Maar jou niet verder te verstoren in jouw meditatie.
Zoals een nieuwsgierig kind wat de kamer binnenkomt.
Die misschien aandacht wil hebben,
Maar je zegt tegen dat kind,
Kom er maar bij zitten.
En daar zit je dan met je gedachten,
Met je pijntjes,
Met wat spanningen.
In diezelfde ruimte die nog zo nieuw is voor jou.
En die toch al heel vertrouwd lijkt te zijn.
En dat geldt ook voor je lichaam.
Voel maar de nieuwheid,
De frisheid van dat zo naar binnen gaan.
Alsof je voor het eerst je eigen lichaam op die manier observeert.
En toch is het ook heel vertrouwd.
De reis naar binnen is uniek.
Dus elke keer anders,
Ook deze keer.
En daardoor voelt het toch heel nieuw aan.
Dus verken maar wat er zich afspeelt in jou op dit moment.
Zak maar langzaam omlaag vanuit je keel naar je borst.
En voel maar of daar lichaamsensaties zijn in het gebied van je hart,
Van je borst.
Subtiele lichaamsensaties.
En blijf daar maar even bij.
Wees maar nieuwsgierig naar dat gevoel wat je daar kan ervaren.
Misschien is het heel fysiek.
Misschien is het meer een soort zacht achtergrondgevoel.
Of is het een subtiele emotie.
Maak het maar iets groter,
Dat gevoel.
Geef het maar iets meer ruimte in dat gebied van je borst.
Elke inademing geef je het nog meer ruimte.
En als er gedachten komen of andere afleidingen,
Dan laat je die op de uitademing weer van je afgeleiden.
En zak maar nog iets lager in je lichaam naar het gebied van je maag.
Je middenriff.
Je diafragma,
De spier die tussen je borst en je buik inzit.
Kijk maar of die ontspannen is of gespannen,
Dat gebied daar.
En verken ook daar maar jouw gevoelswereld.
En ontdek maar dat dat weer een hele andere kamer is dan die kamer van je borstgebied.
Alsof je in je eigen huis een nieuwe kamer binnenkomt.
Je kunt je dat ook voorstellen.
Dat je in dat nieuwe huis naar de etage boven gaat en dat je daar ook een kamer binnenloopt.
Een hele andere sfeer is daar in die kamer.
Je voelt je ook gelijk anders in die andere kamer.
Maar ook daar kan je weer thuiskomen.
Ook daar kan je rustig gaan zitten in die kamer.
En alles waarnemen wat daar aanwezig is.
Dat doe je hier ook in het gebied van je maag,
Van je middenriff.
Kijk maar wat voor soort kleuren je daar ervaart,
Wat voor soort gevoelswereld daar is.
Of er ook fysieke sensaties zijn.
Wat druk die je voelt of kleine stuiptrekkinkjes of een beetje spanning.
Of juist het gevoel van diepe ontspanning daar.
Voelt het daar lekker,
Aangenaam?
Kijk maar wat jij daar waarneemt in dat gebied van je middenriff.
Misschien heb je behoefte om daar ook wat meer ruimte te geven aan dat gebied.
Door iets rechter op te gaan zitten.
En door nog iets dieper naar dat gebied toe te ademen.
Zodat je buik mee beweegt.
En ook je middenriff dus naar buiten toe komt.
Op de inademing en weer terugveert op de uitademing.
Zak maar nog een etage lager in je buik.
En in het huis ga je weer een etage hoger.
Dus ga maar weer een trapje op naar de zolder.
En dan kom je in je buik terecht.
Kijk maar hoe die zolderkamer is.
Is het daar donker of juist heel licht?
Is het een mooie ruimte?
Heel andere sfeer daar.
Ga maar weer zitten daar.
Om ook deze kamer te verkennen voor het eerst dat je daar nu komt.
Het voelt gelijk thuis.
Je weet het hoort bij jou deze plek.
Maar het is ook nieuw om daar zo met alle aandacht,
Met je volle aandacht in die ruimte te zijn.
Zo is dat ook in je buik.
Dus ga maar in die buik.
Ervaar maar die ruimte die daar is.
Kijk maar of er net zoveel ruimte te ervaren is als op die zolderkamer.
Misschien is het er net zo licht of net zo donker als op die zolder.
Ervaar maar jouw buik.
Jouw buikholte.
Voel maar de beweging die ontstaat door je adem in je buik.
Voel ook maar hoe het is als je je buik wat aanspant en ontspant.
Wat gebeurt er dan in je buik?
En als je je rug nog wat rechter maakt,
Ontstaat er nog meer ruimte in je buik?
Of is dat minder comfortabel?
Kijk maar.
Adem maar een paar keer diep in die buik.
En ervaar het hele gebied van diep onder je schaambeen tot hoger.
De overgang zeg maar richting je maaggebied.
Een hele grote wijde ruimte.
Misschien rommelt je buik een beetje.
Misschien is het er heel stil en heel rustig.
Kijk maar hoe jij het er helemaal fijn kan hebben in jouw buik.
Dat je er helemaal kan aankomen.
Als er weer gedachten komen,
Nodig ze maar weer uit om naast je te komen zitten.
En om mee te doen met die aandachtoefening.
Kijk maar of je nog iets meer kan zakken met je bekken in de grond,
Waardoor je nog meer rust vindt in je buik.
Verbind maar die buik met je bekken.
En voel maar hoe die bekken jouw buik ook draagt.
Die schaal van je bekken,
Die stevig is,
Krachtig,
Zwaar.
Die schaal draagt jouw hele buikgebied.
En hier tikt ondertussen zachtjes de regen op het dak.
Kijk maar welke geluiden daar bij jou op die zolderkamer zijn.
Misschien hoor je vogeltjes buiten.
En we schakelen steeds eventjes tussen dat lichaamsgevoel in die buik,
Naar weer die visualisatie van die ruimte.
Kijk maar de stilte en de rust die jij daar op die zolderkamer hebt.
Dat je helemaal alleen in dat huis bent.
Dat je geniet van de eerste keer daar te zijn.
En te voelen,
Dit is mijn plek.
Van niemand anders,
Deze plek.
Deze plek,
Hier ga ik me helemaal thuis voelen.
Hier ga ik me helemaal installeren.
Hier ga ik de komende tijd een goede tijd hebben.
Dat ervaar je in die zolderkamer,
Maar ook in je eigen buik.
Terwijl je zo die verbinding voelt tussen je bekken en je buik,
Ga je daar ook weer naar lichaamssensaties op zoek.
Wat zijn de plekjes daar in je bekken,
In je onderbuik,
Die aandacht vragen waar je iets ervaart.
Misschien voel je een zachte tinteling in het gebied van je genitalie.
Of voel je je beelspieren.
Of voel je aan de achterkant je heiligbeen.
En de ruggenwervels die daar starten.
Het gebied waar soms ook wat moeheid kan zitten.
Misschien voel je je navel.
Het gebied onder je navel,
Wat we de harra noemen.
Je krachtcentrum.
De plek waar je evenwicht en balans vindt in je lichaam.
Voel maar de stevigheid ook onder je,
Van de vloer die jou draagt.
De vloer die jouw bekken weer draagt.
En daaronder de aarde die de vloer draagt.
De aarde die alles draagt.
Die er altijd voor ons is.
De aarde waar wij ons ook thuis voelen.
Waar we ook zijn.
Altijd is daar de aarde die ons draagt.
Dus als je merkt,
Ik voel me hier nog niet helemaal thuis op deze nieuwe plek.
Voel maar dan weer die verbinding met de aarde.
Voel maar diep onder je.
De aarde die altijd hetzelfde is.
Die ook van binnen beweegt,
Waarvan alles gebeurt in die aarde.
En toch voelt het ook heel stabiel en rustig.
Altijd voel je je gedragen door de aarde.
Altijd is daar de aantrekkingskracht,
De zwaartekracht.
Die ervoor zorgt dat je stevig tegen de aarde wordt aangedrukt.
Dat je niet gaat zweven.
Het is alsof de aarde een schoot is waarin jij kan rusten.
Een moederschoot.
Ook dat geeft een gevoel van thuiskomen.
Voel ook maar die benen die ook op de grond rusten.
Misschien zijn er plekjes waar je benen wat knellen.
Van het zitten in deze houding.
Misschien voel je ook wat spanning in je benen.
Voel je ook kracht in je benen.
Je kan je benen nog even bewust ook met je handen voelen.
Met je handen daar toch rusten.
Voel maar het contact tussen je handen en je benen.
Je kan een klein beetje de draaiing voelen van de subtiele bewegingen die je maakt vanuit je heupen.
De verbinding daar met je benen.
De verbinding tussen je bekken en je benen.
Die benen zijn als het ware twee grote tunnels waar je ook naar binnen toe kan gaan.
Zoals de gangen in je huis.
Zoals je door de gang kan wandelen.
Van de ene naar de andere kamer.
Zo kan je ook hier wandelen door je been.
Van je bekken naar je knie.
En van je knie naar je enkel.
En weer terug naar je knie.
En terug naar je bekken.
Voel maar als je weer in het bekken aankomt.
Daar waar dat been uitkomt in je bekken.
Voel maar je bekkenbodemspier,
Het gebied daar tussen die twee benen in.
Voel maar hoe je zo die andere been inloopt.
Via die bekkenbodem ga je dat andere been in.
Alsof je de andere gang in wandelt.
Bekijk maar die ruimte ook in dat been.
Is het te groot?
Is het te ruim?
Is het te licht?
Schemerig?
Voelt het er fijn in dat been?
En je loopt weer naar de knie.
En van je knie loop je naar je enkel.
Kom je uit in je andere voet.
Voel maar dat je helemaal onderaan in je lichaam bent beland.
Bij die tenen,
Die enkels.
Bekijk maar of je even je aandacht naar beide voeten kunt brengen,
Tegelijkertijdig.
Kun je doen door te wisselen,
Steeds met je aandacht naar je ene voet.
En dan een seconde later ga je met je aandacht naar de andere voet.
En nou weer naar de ene voet.
Wissel maar zoals wanneer je wandelt,
Dat je ook steeds de ene voet op de grond zet en de andere voet op de grond.
Zo kan het ook terwijl je hier zit.
Aandacht naar je ene voet en weer de aandacht naar je andere voet.
En ook in die voeten kan je helemaal thuis komen.
Zijn jouw voeten een uniek gevoel,
Wat jij hebt daar in jouw voeten.
Vanuit je voeten gaan we weer de reis terugmaken richting je hart.
Neem daar maar alle tijd voor,
Je eigen tempo.
Uit je enkels,
Naar je onderbenen,
Enzovoort.
Heel langzaam,
Alsof je weer door dat huis heel rustig wandelt.
Stel je maar voor dat je meditatief door dat huis heen wandelt.
Weer eerst door die gangen van je benen.
Kom je weer boven in die zolderkamer uit.
Ga je weer naar die andere kamers toe.
Totdat je uiteindelijk weer in die woonkamer uitkomt,
Het gebied van je hart,
Waar we waren gestart.
En voel maar,
Dit is mijn huis.
Dit is het huis waar ik me nog meer thuis mag gaan voelen.
En nu voelt het nog onwennig en nieuw allemaal.
Maar elke dag dat ik hier aankom,
Ga ik me meer thuis voelen in dit nieuwe huis.
Elke dag mag ik het er nog iets mooier gaan maken.
Nog sfeervoller,
Helemaal mijn eigen sfeer.
En elke dag mag ik de tijd nemen om eventjes in stilte en in rust in mijn eigen huis te zijn.
En gewoon alleen maar te ervaren wat er is,
Zonder iets te hoeven.
Kijk dan uit het raam naar buiten.
Wat zie je daar?
Is hier een mooie tuin of een uitzicht?
Kijk maar naar jouw uitzicht van jouw huis.
Verbind je maar met de omgeving.
Voel maar dat je je ook in die omgeving thuis voelt.
Niet alleen van binnen in dat huis,
Maar ook in die directe omgeving.
Voel maar je lijf,
Voel maar je huid.
Kijk maar of er ergens een soort venster is waar je naar buiten kan kijken.
Je kan dat doen met je ogen dicht,
Door bijvoorbeeld vanuit je hart te voelen naar buiten.
Of vanuit je voorhoofd,
Je derde oog,
De omgeving waar te nemen.
Je kunt ook je ogen een klein beetje open doen,
Door je oogharen heen,
Je omgeving observeren.
Voel maar deze omgeving,
Daar voel ik mij thuis.
Voel maar de verbinding van binnen naar buiten en van buiten weer naar binnen.
Voel maar de transparantheid van je eigen huid,
Van je eigen buitenkant,
Van je lichaam.
Dat continu in contact staat met de omgeving.
Continu neem je eigenlijk alles waar.
Je voelt de warmte en de kou in de ruimte.
Je voelt de sfeer in de ruimte.
Je observeert met je ogen,
Met je oren,
Allerlei manieren waarop je je omgeving continu waarneemt.
Verbind je maar met die omgeving.
Doe je langzaam je ogen open.
Verbind je maar ook op die manier met wat je ziet.
Je hoeft niet echt op te focussen,
Je kan gewoon rustig alles waarnemen wat er om je heen is op dit moment.
Laat het maar binnenkomen,
Al die indrukken.
Terwijl je van binnen nog steeds voelt hoe het met jou is.
Je blijft met die aandacht ook van binnen,
Terwijl je ook de omgeving waarneemt.
Voel maar hoe het is met jou op dit moment en hoe je zo deze dag verder in wilt gaan.
En luister naar de klank.
Dankjewel.
Maak kennis met je leraar
4.3 (3)
Recente Beoordelingen
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
