
Bodyscan Korte versie
Een korte versie van de Bodyscan.
Transcript
Zorg dat je comfortabel gaat liggen en breng je aandacht naar je ademhaling toe.
Merk op hoe je ademhaling stroomt,
Zonder daar iets aan te veranderen.
Je neemt alleen waar zoals de ademhaling nu op dit moment plaatsvindt.
Misschien is jouw ademhaling hoog in de borst en misschien is de ademhaling iets dieper.
Er is geen goed of fout.
Het gaat erom dat je op kunt merken hoe de ademhaling stroomt.
En kijk of je comfortabel ligt of dat je nog iets in de houding wil veranderen.
Hoe is het bijvoorbeeld met de schouders?
Kun je de schouders op een uitademing nog iets meer ontspannen?
Iets laten zakken of zachter laten worden.
En de vingers van je handen,
Kun je die wat verzachten op een uitademing?
En op het moment dat je heel comfortabel ligt,
Breng dan de aandacht naar de voeten.
En merk het verschil tussen de onderkant,
Het gedeelte waar je op loopt,
En tussen de bovenkant,
De vreven.
En wat kun je opmerken?
Wat voor verschil kun je voelen?
En breng dan de aandacht naar de tenen.
Kun je de tenen afzonderlijk voelen of voel je ze als één geheel?
En kun je bijvoorbeeld voelen waar de tenen elkaar raken?
En ook als je dit niet kunt voelen,
Is het niet goed of fout.
Het gaat erom wat je opmerkt.
En dan breng je de aandacht naar de enkels.
Kun je de buitenkant van de enkels voelen?
En kun je de binnenkant van de enkels voelen?
Breng dan de aandacht omhoog naar de onderbenen.
En voel het verschil tussen de kuiten die contact maken met het bed of de vloer waar je op ligt,
En de bovenkant,
De scheenbenen,
De knieën.
En merk ook bij de knieën op de zachte binnenkant,
De knieholten,
En de bovenkant,
De knieschijven,
De harde kant.
Misschien kun je zelfs de spiertjes om de knieschijven heen voelen.
De bovenbenen,
Beide heupen.
En kun je ook verschil voelen tussen de linker- en de rechterheup,
De onderrug.
En maakt de onderrug contact met het bed of de mat waar je op ligt?
Of is er een ruimte,
Een holte?
En merk ook op een diepe inademing misschien,
Dat de inademing naar de buik toestroomt.
Of je dit ook kunt voelen in de onderrug,
Midden van de rug,
En de bovenkant van je rug.
De schouders,
En merk ook het verschil op tussen de ene kant en de andere kant van je schouders.
De bovenarmen,
Ellebogen,
Onderarmen,
Polsen,
En de handen.
En merk ook op hoe het nu is met de vingers.
Misschien kun je de vingers nog iets meer verzachten.
En merk ook de gedachtes op.
Gedachtes komen en gedachtes gaan.
En misschien komt er wel weerstand op.
Of het verlangen om te stoppen.
En merk dan op dat dat hindernissen zijn die er gewoon mogen zijn.
Probeer ze welkom te heten.
Kijken naar en voel wat het met je lichaam doet,
Of waar je het in je lichaam kunt waarnemen.
En breng telkens opnieuw vriendelijk de aandacht terug naar het lichaam.
Of terug naar de ademhaling.
En van de schouders breng je de aandacht naar de achterkant,
De nek.
En de voorkant,
De hals.
Er is ook een binnenkant,
De keel.
En hoe voelt de keel van binnen aan?
Is de keel vochtig of is de keel droog?
Dat kun je opmerken.
En breng de aandacht naar je kaak.
Staan de kaken stijf op elkaar of is er ruimte tussen de kaken?
En duw dan het puntje van je tong tegen je gehemelte aan achter je voortanden.
Misschien ontstaat er op die manier ruimte tussen de kaken.
En laat dan de tong in de mond rusten.
En trek de mondhoeken dan van oor naar oor.
Net of je een glimlach naboost op je gezicht.
En voel ook wat dit met je gezichtsspieren doet.
En merk op wat dit met jouw gevoel van binnenuit doet.
Er hoeft niets te veranderen en je hoeft ook niets te voelen.
Maar kijk wat je kunt opmerken.
Een ontspannende mond.
Ontspannende wangen.
En trek de wenkbrauwen omhoog.
En ontspan ze.
Waardoor je ook kan voelen dat de oogleden zich ontspannen.
De oogbollen.
En zelfs het gebied achter de ogen,
De hersenen.
Je hoofdhuid ontspant zich.
En kijk of er dan ergens in het lichaam nog een plek is waar de aandacht naartoe gaat.
En kijk of je de ademhaling daar naartoe kunt brengen.
Breng de aandacht dan naar de voorkant van het lichaam.
De plek waar het hart aanwezig is in je lichaam.
En kijk of je je kunt voorstellen dat je via je hart inademt.
En via je hart uitademt.
En wanneer je inademt wordt je hart groot en ruim.
En wanneer je uitademt ontspant je hart zich.
En als dit te moeilijk is om je voor te stellen.
Dan blijf je gewoon bij de ademhaling.
Merk op hoe je inademt.
En merk op hoe je uitademt.
Verdiep dan je ademhaling door wat dieper naar je buik toe te ademen.
En voel hoe je buik rijst op een inademing.
En hoe je buik daalt op een uitademing.
Beweeg langzaam de vingers door ze te rekken en te strekken.
Beweeg je tenen een klein beetje heen en weer,
Je voeten.
En voel waar jouw lichaam op dit moment behoefte aan heeft.
Misschien is het prettig om je even helemaal uit te rekken of uit te strekken.
Misschien even te geven.
Of je knieën op te trekken.
Of nog even op je rechterzij komen liggen.
Voel wat voor jou goed aanvoelt en neem daar de tijd voor.
En wanneer het voor jou goed aanvoelt.
Dan open je langzaam op jouw eigen tempo de ogen.
En merk nog even op hoe je je voelt.
Het verschil tussen het begin van de meditatie en hoe je je nu voelt.
Maak kennis met je leraar
4.3 (51)
Recente Beoordelingen
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
