
Oordeel Zacht - Bodyscan
'Ik weet het rationeel wel, maar voel het niet...' Met deze bodyscan oefen je 'op het droge' opmerkzaam te zijn wat je voelt in je lichaam. Door bewuster te worden van signalen van je lichaam wordt je ook bewuster van emoties, je eigen grenzen, gewoontes en zelfs je gedrag.
Transcript
Oké,
We gaan beginnen met de body scan,
Dus ga rustig liggen,
Kijk of je niet te hard,
Niet te zacht kan liggen,
Niet te warm,
Niet te koud,
Misschien wil je wel een dekentje over je heen leggen,
Want we gaan even een tijdje liggen,
En kijk of je misschien een kussel onder je hoofd wil leggen,
Omdat het anders misschien iets te hard is voor je achterhoofd.
En ja,
De reden waarom ik aangeef van niet te hard,
Niet te zacht,
Niet te warm,
Niet te koud,
Is dat bij een body scan het zo kan zijn dat als je zo ligt,
Dat er vermoeidheid wel overgaat in slaap vaak.
Dus maak het jezelf ook niet te moeilijk om wakker te blijven,
Om het jezelf zo gemakkelijk en comfortabel te maken dat het heel makkelijk is om in slaap te vallen.
Dus vind even je plek rustig om te liggen en ook comfortabel,
Maar ook weer niet te comfortabel.
En als je zo ligt mag je je ogen sluiten,
Je mag je benen rustig neerleggen,
Je voeten laat je eigenlijk naar de zijkanten vallen als een boek wat open slaat,
Je armen leg je langs je lichaam,
Als het lukt,
Als dat prettig voor je is,
Je handpalmen op de grond,
Dus je handen open naar boven en voel even hoe je zo ligt.
Normaal gesproken doe je natuurlijk alles zittend of staand of lopend op een dag.
Voel even hoe het is om nu zo hier te liggen.
Voel waar je lichaam de grond raakt,
Waar je contact maakt met de grond,
Bij je hielen,
Je kuiten,
Je bovenbenen,
Je billen,
Je stuitje misschien wel,
Je rug,
Je armen,
Je handen en je achterhoofd.
Voel hoe je hier ligt met je hele lichaam zo op de grond,
Je wordt gedragen door de grond.
Je hoeft niets te doen,
Alleen maar te liggen en op te merken hoe het is om zo gedragen te worden.
We gaan straks een soort reis maken door ons lichaam en kijken,
Opmerken wat er precies op te merken valt in verschillende delen van ons lichaam.
En deze oefening doen we om op te merken wat we eigenlijk nou echt voelen in ons lichaam.
We zijn vaak druk bezig in ons hoofd,
Zijn eigenlijk over het algemeen in ons hoofd met ons ratio bezig,
Maar weten eigenlijk niet zo heel goed wat we voelen.
Dat hoor ik ook vaker.
Als ik oordeelzacht meditaties doe of oordeelzacht workshops doe,
Dan hoor ik vaak de opmerking,
Ja rationeel weet ik dit misschien al wel of raak ik nu bewust ervan,
Maar hoe kan ik nou dat toch voelen?
En voelen komt eigenlijk voort uit het voelen wat er in je lichaam gebeurt.
Je lichaam geeft vaak of eigenlijk altijd al heel vroeg een signaal aan en dan pas gaan wij denken.
Heel vaak denken we dat we ratio eerst komt en daarna het gevoel,
Maar het is eigenlijk andersom.
En daarom gaan we vanavond oefenen met gewoon eens te voelen wat er in het lichaam gebeurt,
Op te merken wat er is.
En het kan heel goed zijn dat als ik bepaalde onderdelen van het lichaam noem,
Dat je daar eigenlijk helemaal niks voelt.
Misschien voel je je wel bij alle lichaamsdelen niet,
Maar de oefening zit erin dat je probeert naar dat lichaamsdeel te gaan en op te merken wat er is.
Soms zal je misschien tinteling voelen en misschien dus helemaal,
Soms wel helemaal niets,
Maar dan ben je wel bezig met het trainen van je hersenen,
Van je brein,
Om aandacht te brengen naar verschillende delen van je lichaam.
Misschien ook wel naar delen van je lichaam waar je nooit aandacht aan besteed,
Waar je nooit voelt wat er is of probeert op te merken.
Dus zo oefenen we onze brein weer om wat extra connecties te maken.
Als je zo ligt,
En dat zal straks misschien als we door het lichaam heen gaan wel komen,
Dan zal je je misschien wat slaperig gaan voelen of je zal wat moeheid voelen,
Zeker als het zo aan het einde van de dag is.
Als je dat nou voelt aankomen,
Dan kan je bijvoorbeeld even je armen naar boven doen of naar achter doen of even je lichaam strekken of misschien wel even je ogen openen om even weer te merken dat je wakker bent en proberen wakker te blijven.
Slaapvallen is niet erg,
We gaan daar ook niet over oordelen,
Maar we gaan proberen te oefenen met op te merken.
De oefening is niet om rustig te worden en in slaap te vallen,
Nee de oefening is eigenlijk heel hard werken weer om op te merken wat er is in je lichaam.
Voordat we beginnen met de lichaamsdelen,
Breng eerst je aandacht maar eens naar je ademhaling.
Misschien zo liggend voel je je ademhaling wel het beste bij je buik die zo daalt en rijst.
Misschien voel je je kleding wel tegen je buik aan als je inademt.
Kijk maar eens of je met je ademhaling kan bedenken dat het zo helemaal door je lichaam stroomt,
Van top tot teen.
Terwijl je ademhaalt.
Zo heb je je hele lichaam in je aandacht.
Dan wil ik je vragen om te stoppen met op te merken hoe je ademhaling is,
Maar eigenlijk via je linkerbeen naar beneden af te dalen naar je linkergrote teen.
Kijk maar eens wat er gebeurt als je gaat opmerken wat er in je linkergrote teen te voelen is of wat daar is.
Kijk ook maar eens wat daar dan opkomt.
Misschien komen er nu al wel gedachten op van dit is wel heel specifiek of gedetailleerd of ik voel daar helemaal niks of misschien vind je het wel grappig om daar je aandacht naartoe te brengen.
Merk al die dingen op die er gebeuren.
Merk ze op en breng weer je aandacht terug naar je linkergrote teen.
Kijk maar eens of het daar warm of koud is of dat je daar misschien wat tocht voelt,
Wat lucht langsgaat of misschien voel je de sok om je teen heen.
En zo kan je van je linkergrote teen ook naar de rest van je linker tenen gaan.
Haal ze zelf maar een voor een af.
Kijk of je ze ook een voor een kan voelen.
Of je kan voelen dat de ene teen de andere teen raakt tot aan je kleine teen.
En breng dan de aandacht naar de bovenkant van je voet,
De wreef van je voet.
Wat is daar op te merken?
Je linkervoet.
Zo ga je door naar de onderkant van je linkervoet,
Je voetzool.
Misschien merk je op dat daar een holling zit,
Doordat je sok daar misschien wat minder strak zit.
Wat is er op te merken?
Is het warm of koud?
Ga dan naar de hiel van je voet,
Je linkervoet.
Je rust op de grond.
Je voelt het contact met de grond.
Kijk maar eens of je daar misschien een tinteling voelt of misschien voel je dat wel helemaal niet.
Naar je gehele linkervoet.
Omarm je linkervoet met jouw aandacht.
Je enkel van je linkerbeen.
Zit er spanning in je enkel?
Wat is daar nu?
Je hoeft als je niets voelt ook niets te veranderen aan je houding of juist het lichaamsdeel te gaan bewegen om te kijken of je daar dan iets voelt.
Laat het gewoon maar rusten en gewoon maar zijn.
En kijk of je daar iets voelt.
Je hoeft ook niet heel erg hard je best te gaan doen om te kijken.
Oh,
Maar ik moet iets voelen.
Nee,
Je aandacht erop richten en tegelijkertijd opmerken wat er gebeurt op het moment dat je je aandacht richt op zo'n heel klein stukje van je lichaam.
Je linkeronderbeen met de kuit die de grond raakt.
Het wat hardere scheenbeen aan de bovenkant.
Stukje van de aanhechting naar de enkel toe.
Wat merk je daarop?
Je linkerknie met de knieholte die misschien niet de grond raakt en de bovenkant van de knie.
Het zachte gedeelte,
Het harde gedeelte in de knie.
Misschien zit er wel spanning in de knie.
Misschien hou je hem op dit moment wel gespannen.
Je hoeft niets te veranderen nogmaals,
Maar kijk maar wat er is.
Je linkerbovenbeen.
Misschien raakt de onderkant de grond.
Het contact met de grond.
Hoe is dat?
Merk je daarop?
De bovenkant van het bovenbeen,
Dijkbeen.
Er zit ook vaak wel wat spanning in.
Kijk maar eens wat daar nu is.
Misschien ligt het heel rustig.
Je linkerheup.
Misschien voel je daar het contact met je broek.
En de linkerbil.
Is die ontspannen?
Ligt die rustig op de grond of is die juist gespannen?
Heb je daar je spieren aangespannen?
En dan kan je proberen met je ademhaling door je hele been te ademen.
Sommige mensen vinden het fijn om te bedenken dat er een soort ventiel in je teen zit en dat je daardoor inademt en dan de bovenkant bij je heup weer uitademt.
Misschien vind je het gewoon prettig om in en uit te ademen terwijl je denkt aan je linkerbeen.
Kijk maar wat voor jou werkt.
Probeer je hele linkerbeen plus voet in je aandacht te krijgen.
Op te merken wat daar is.
Je zal misschien ook wel merken dat er weer heel veel gedachten langskomen.
Gedachten stoppen niet,
Dus die zullen er nu ook zeker zijn.
Dat kunnen allerlei soorten gedachten zijn over de oefening of zelfs over wat je vandaag hebt gedaan of wat je nog gaat doen.
Merk dat eens op dat dat komt en probeer dan weer terug te gaan naar het opmerken wat er nu in je linkerbeen is doordat je de ademhaling doorheen laat stromen.
Elke keer als we straks verder gaan in het lichaam,
Probeer dat op te merken.
Die gedachten,
Misschien is er soms wel een emotie bij een bepaald onderdeel van het lichaam.
Merk het op,
Tik het even aan.
Zoals ik altijd zeg,
Tik het even aan.
Het is oké dat het er is,
Veroordeel het ook niet.
We gaan dan weer terug naar dat opmerken van wat er op dat moment is in dat onderdeel van het lichaam waar we dan zijn gebleven.
Mocht je nou helemaal meegevoerd worden door gedachten of misschien wel een beetje in slaap zijn gevallen,
Pik het dan gewoon weer op waar ik op dat moment ben.
Je hoeft niet opnieuw te beginnen bij waar je in slaap bent gevallen of waar je bent gestopt met op te merken wat er is.
Ga gewoon weer mee met waar ik op dat moment ben.
En zo gaan we verder naar het rechterbeen.
Dus als je je aandacht vanuit je linkerheup naar je rechterheup brengt,
Zo naar beneden,
Je rechterbeen naar beneden,
Naar je rechtergrote teen.
Misschien voel je nu ook wel verschil tussen de twee benen.
Linkerbeen heb je al het een en ander opgemerkt misschien en nu het rechterbeen.
Begin je nu mee.
Kijk eens of er verschil is.
Heel kort en breng dan je aandacht naar je rechtergrote teen.
Misschien voel je zelfs je nagel wel in je grote teen.
Juist de onderkant,
De zachtere kant.
En zo ga je alle tenen ook weer af van je rechtervoet tot aan je kleine teen.
En dan breng je aandacht naar de bovenkant van je rechtervoet,
Je vreef.
Ook hier weer wat voel je.
Je sok misschien er tegenaan.
Misschien voel je een koude luchtstroom.
Misschien voel je dat deze voet net iets anders ligt dan de linkervoet.
De vreef misschien iets meer opgetrokken of juist naar beneden.
Je kan zelfs naar alle detail van de vreef gaan.
Er zitten zoveel botjes in de voeten.
Kijk of je helemaal naar binnen kan gaan.
In die vreef,
Al die botjes die er zijn.
Kijk of je daar iets opmerkt.
Aan de onderkant van je rechtervoet.
Dat voel je daar.
Aan de hiel van je rechtervoet.
Zoals die rust op de grond.
Voelt het hard of is het wel zacht.
En dan je gehele rechtervoet.
Kijk of je het als het ware kan omhullen met jouw aandacht.
Met jouw opmerkzaamheid.
Wat gebeurt er nu?
Wat voelt er nu in jouw rechtervoet?
En wat gebeurt er nu in je gedachten?
Of je emoties?
Tik ze maar weer even aan.
Dan kom je terug en gaan we naar de rechterenkel.
Ook daar al die botjes die daarin zitten.
Het harde gedeelte aan de buitenkanten.
Zit er spanning of is het ontspannen daar?
Je rechter onderbeen met je kuit op de grond.
En je scheen aan de bovenkant.
Je rechter knie.
Knieholte.
En je rechter bovenbeen.
Rustend op de grond.
Je broek er tegenaan.
Je dijbeen.
De spieren die daar lopen.
Wat merk je daarop?
Je rechter heup.
Je heup die ervoor zorgt dat je been heen en weer kan.
Met de kapsel van de heup.
En je rechter bil.
Is die ontspannen?
Ligt die rustig op de grond?
Wat voel je als je denkt aan het,
Als je voelt wat het contact is nu met de grond?
En dan gaan we het hele rechterbeen in focus brengen.
Kijk maar weer wat het prettigst voor je is om je ademhaling door je been te laten lopen als het ware.
Of eigenlijk gewoon je opmerkzaamheid te richten op je hele rechterbeen.
Kijk maar wat voor jou prettig is.
Dan gaan we verder met opmerkzaamheid te brengen naar je onderbuik.
Wat is daarop te merken op dit moment?
Onderbuik.
Je geslachtsdelen.
Je billen.
Je onderrug.
Voel je met je onderrug de grond?
Is die juist een beetje hol?
Zit er spanning?
Voel je daar wat misschien pijn of wat vermoeidheid van de dag?
Wat voel je daar op dit moment?
Stuit je wat licht op de grond?
En als je dan naar boven gaat met je opmerkzaamheid vanuit je stuitje langs je rug gaat.
Kijk maar eens of je voor je idee ruggegaat naar ruggegaat,
Ruggewervel naar ruggewervel naar boven kan gaan met je aandacht.
Totdat je helemaal boven aan je rug bent gekomen.
Knokkel daar bovenaan bij je nek en breng dan die opmerkzaamheid langs je ruggaat terug om al de pezen en spieren die daar zitten.
Wat kan je daar opmerken?
Je rug die ook zo licht op de grond.
Misschien merk je op dat je spieren of je pezen of je rug,
Je huid van je rug de grond raakt.
Misschien voel je je kleding.
Wat is er op dit moment in je rug op te merken?
Totdat je zo weer bij je onderrug terecht bent gekomen.
Ga je via de zijkanten van je rug links en rechts,
Ga je weer naar de voorkant van je lichaam,
Naar je buik,
Je navel.
Wat is er op te merken rond het navelgebied?
Misschien ook wel van binnen je darmen,
Je buik.
Misschien heb je net gegeten.
Merk je dat je darmen heel hard bezig zijn,
Heel hard aan het werk zijn.
Wat voel je op dit moment in je buik?
Wat is er op te merken?
En al is het misschien ook alleen je ademhaling die je daar voelt.
Naar boven je ribbenkast.
Misschien gaat die ook op en neer,
Daalt en rijst met je ademhaling.
Je longen.
Is daar iets op te merken in je longen?
En je hart.
Merk je daar de hartslag op?
Merk je op dat het misschien wat verkrampt is of juist dat je voelt dat het wat opener is,
Je hart.
Er kunnen daar best wat emoties naar voren komen,
Gedachten over je hart.
Kijk maar of je dat heel kort kan houden,
Die gedachten en die emotie.
Je kan het benoemen,
Je kan het zelfs labelen,
Kort woord geven en dan weer teruggaan naar opmerkzaam zijn over wat er op dit moment te voelen is in je hart.
Laat je ook niet meedrijven met de gedachten die er zijn of de emoties.
Merk het op en dan met meeldheid,
Zoals we wel zeggen,
Maar wel beslist,
Gewoon weer teruggaan naar je hart en naar je hals.
Wat voel je op dit moment in je hals?
Voorkant van je nek,
Onder je kin.
Wat is daar nu te voelen?
Wat merk je daar op?
Misschien is er ook wel wat spanning die je op het moment dat je het opmerkt wat loslaat.
Dan gaan we door naar de linkerschouder.
Ligt de linkerschouder rustig op de grond of is het juist een beetje opgetrokken?
Voel je kleding tegen je linkerschouder aan?
Is daar spanning?
Misschien wel wat zeurende pijn of misschien voel je daar helemaal niks.
Dan gaan we via de linkerarm naar beneden met de opmerkzaamheid naar je vingers,
Je linkervingers.
Begin maar bij je duim.
Hoe ligt je duim op dit moment?
Ligt het op de grond of steekt hij juist in de lucht?
Raakt hij je handpalm aan of juist helemaal los van je handpalm?
Is hij gespannen?
Wat zit daar nu in je linkerduim en de rest van je vingers?
Je wijsvinger,
Je middelvinger,
Je ringvinger.
Raken ze elkaar of zijn ze los van elkaar?
Je pink.
Liggen ze op de grond of juist niet?
Je handpalm.
Breng nu maar je hele linkerhand in je aandacht,
In je opmerkzaamheid.
Wat is er nu in je linkerhand?
In je linkerpols.
Daar houden we vaak ook wel veel spanning vast.
Wat voel je daar nu?
In je linkeronderarm.
Je rust op de grond.
Je linkerelleboog en de holte aan de binnenkant van de arm.
Is je arm een beetje gebogen of ligt het juist recht,
Die elleboog?
Denk maar eens aan de scharnieren die daar zitten.
Wat valt daar op te merken?
Als je daar je aandacht op richt.
Je linkerbovenarm,
Al die spieren die er lopen.
Misschien heb je daar ook wel wat spanning wat je vasthoudt of juist ontspannen.
Dan gaan we via de linkerschouder,
Zo achterlangs,
Langs de nek,
Naar de rechterschouder.
Wat voel je daar nu?
Het is daar op te merken.
Je rechterschouder liggend op de grond of juist een beetje in de lucht.
Je sleutelbenen die daar het contact maken,
Die daar stevigheid bieden.
Dan ga je zo je rechterarm naar beneden,
Naar je rechtervingers en je rechterhand.
Begin maar weer bij je duim.
Voel eens wat daar nu is.
Zo ga je zelf alle vingers af.
Je rechterhand en je rechterhandpalm.
Voel je tint als je opmerkzaamheid daar naartoe brengt of misschien helemaal niet.
Je hele rechterhand,
Je rechterpols,
Je rechteronderarm en hoe dat dan leent naar de rechter elleboog.
De holte bij je elleboog aan de binnenkant van je arm en je rechterbovenarm.
Wat voel je daar?
Misschien voel je daar wel eens een spiertje trillen.
Zeker nu je zo ontspant of misschien wel helemaal niet.
En dan brengen we nu de opmerkzaamheid naar je beide armen.
Kijk maar of je weer zo door je armen wilt ademen of dat je gewoon je aandacht brengt naar beide armen.
Breng je opmerkzaamheid naar die beide armen toe.
Je hoeft niets te doen,
Je hoeft niets te veranderen aan je armen,
Hoe ze liggen,
Maar je beide hele armen in je aandacht.
Dan gaan we vanuit die beide armen zo met de opmerkzaamheid naar je nek,
De achterkant.
Je nek die misschien op een kussentje ligt of misschien juist een beetje in de lucht zweeft.
Vanuit je schouders voel je daar in je nek misschien een bepaalde spanning of misschien wel niet.
Vanuit de nek ga je naar opmerkzaamheid naar je oren.
Wat zit er op dit moment bij je oren?
En als je wil kan je misschien opmerkzaamheid brengen naar de binnenkant van je oor,
Waar je echt hoort.
Kijk maar eens of je daar de aandacht op kan richten.
En kijk ook maar wat er gebeurt met gedachten,
Emoties.
Vanuit de oren naar je wangen,
Je jukbeenderen,
Naar je kin,
Naar je mond.
Wat is er nu met je mond?
Misschien staan je lippen een beetje van elkaar of misschien zitten ze juist op elkaar.
Zit er spanning of juist ontspannen,
Een beetje open?
Voel je daar misschien de lucht van je adem in en uit gaan?
En als je opmerkzaamheid brengt naar de binnenkant van je mond,
Naar je tong,
Ligt die rustig in je mond of misschien raak je je gemond aan.
Vanuit je mond naar je neus,
Je neusgaten,
Ook daar misschien voel je daar wel lucht in en uit gaan.
Misschien voelt,
Zonder het echt aan te raken,
Maar misschien voelt je je neus wel koud aan,
Best warm.
Je neusbrug en dan je ogen,
Je oogleden,
De oogballen die in de kas liggen,
Je wenkbrauwen,
Je voorhoofd.
Is je voorhoofd helemaal ontspannen of voel je dat er een beetje een frons is?
Je haargrens.
En als je je hoofd houdt onder je haargrens,
De bovenkant van je hoofd,
Je kruin en de achterkant van je hoofd die de grond raakt of een kussen.
En neem zomaar even je hele hoofd in de opmerkzaamheid.
Breng je aandacht naar je hele hoofd,
Met je gezicht,
Je brein in je hoofd,
Je schedel.
En dan brengen we de aandacht weer naar je hele lichaam.
Van de kruin van je hoofd tot aan je grote tenen.
Als je wil kan je weer je ademhaling gebruiken om door je hele lichaam te gaan.
En een wijs van spreken door je kruin in te ademen en door je tenen uit te ademen of te kijken tot waar je komt en even te stoppen weer in te ademen en weer uit te ademen waar je bent gebleven.
Of gewoon je hele lichaam in jouw aandacht brengen,
In jouw opmerkzaamheid.
Voel maar eens hoe het is om nu je hele lichaam in je opmerkzaamheid te brengen.
Kijk ook hier weer hoe het is,
Wat er gebeurt als je zo je lichaam in je aandacht brengt.
Dan zul je merken dat je gedachten toch ook snel wel weer een beetje willen overnemen.
Dat is dus wat er eigenlijk de hele dag door gebeurt.
Je gedachten nemen je eigenlijk een beetje over,
Je gevoel over.
Het mooie is als je daarmee kan oefenen en dan vooral ook zonder te oordelen kan oefenen met gedachten die komen op te merken,
Ze aan te tikken en dan weer terug te gaan eigenlijk naar je gevoel,
Je signalen in je lichaam.
Dan zul je merken dat je steeds makkelijker bewuster wordt van van die signalen van je lichaam.
Zeker de spanning in ons lichaam die eigenlijk altijd wel aanwezig is.
De een voelt spanning of stress of zenuwachtigheid,
Bepaalde emoties in schouders of misschien in gespannen benen.
Dus de een voelt het daar,
De ander voelt het hier.
Daarom is het zo mooi dat het voor iedereen anders is en dat je dus je eigen oefening kan doen en kan kijken wat er is.
En door deze oefening vaker te doen zul je ook merken dat je de ene keer,
De ene avond of de ene middag of ochtend je opmerkzaamheid iets vindt of iets,
Dat je iets voelt in een bepaald lichaamsdeel terwijl je dat de andere keer helemaal niet voelt in dat lichaamsdeel.
Het is elke keer weer een verrassing wat er eigenlijk speelt in je lichaam.
De ene keer zal het je lukken om niet in slaap te vallen en de andere keer niet.
Ook dat is niet erg.
Het is ook een signaal van je lichaam dat er misschien wat moeheid is en dat het misschien goed is om te denken aan een goede nachtrust.
De andere keer zal je misschien merken dat je ontzettende springbenen voelt of enorme energie in je spieren en dat het bijna niet mogelijk is om zo rustig te liggen.
Merk dat ook op en probeer bij de oefening te blijven als dat lukt.
En als dat even teveel wordt of als de jeuk of de energie teveel wordt dan kun je altijd eventjes weer even bewegen en dan weer teruggaan naar de oefening waar we op dat moment waren.
Door dit vaker te oefenen zal je merken dat er steeds iets anders is en dat maakt het juist ook wel weer interessant.
Je mag jezelf ook complimenteren voor het feit dat je nu zo'n hele reis door je lichaam hebt gemaakt en hebt gekeken en hebt geoefend met de opmerkzaamheid wat je voelt in je lichaam.
Ik zal zo het belletje laten rinkelen en dan kan je zelf kijken wat je op dat moment prettig vindt om te doen.
Je kan nog even blijven liggen.
Nog even de aandacht brengen naar je hele lichaam of naar je ademhaling.
Je kan ook heel rustig je vingers bewegen en je tenen en dan vanzelf een beetje omrollen naar linker of rechterkant.
Misschien nog even een feutushouding blijven liggen en dan rustig gaan zitten.
Kijk maar wat voor jou prettig is.
Maak kennis met je leraar
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
