
Aandacht voor de adem
Aandacht voor de adem is een oefening in opmerken. Opmerken wanneer je afgedwaald bent om iedere keer weer vriendelijk terug te keren naar de beweging van de adem. Je adem is altijd bij je, kun je niet vergeten, niet laten vallen en kan zo een ankerpunt zijn om in contact te komen met jezelf.
Transcript
Welkom bij Aandacht voor de Adem,
Een oefening in opmerken waarbij je je aandacht traint.
Deze oefening doe je zittend,
Dus installeer je maar even op je stoel,
Kussen of bankje en zorg dan dat je een waardige houding aanneemt,
Met je ruggegraat rechtop,
In schouders,
Ontspannen,
Je kin niets ingetrokken,
Je ogen kun je sluiten of bijna sluiten,
Net wat voor jou prettig is.
En als je dan zo zit,
Breng dan eerst even je aandacht naar je voeten,
Je benen,
Die contact maken met de ondergrond.
Voel ook even het contact van je billen met de stoel,
Bankje of je kussen.
Voel het contact van je handen,
Die rusten in je schoot of op je benen.
En als je dan zo zit,
Breng je aandacht naar de adem.
De adem die bij je neus in en uit stroomt,
Bij elke in en elke uitademing.
Voel maar hoe koude lucht je neus instroomt en wat warmere lucht weer naar buiten stroomt.
En ook kun je je adem in je borstgebied voelen,
Waar de adem in je longen stroomt en je borst en schouders elke keer een beetje op en neer bewegen,
Bij elke in en elke uitademing.
Misschien kan je nog wel verder je adem volgen naar je buik.
Je buik die oppolt bij elke inademing en weer inzakt bij elke uitademing.
Dus wees even met al je aandacht bij je adem.
En de adem die gaat vanzelf.
Je hoeft hier niets aan te veranderen.
Dus laat je adem ademen.
En rust met je aandacht op die plek waar jij de adem het makkelijkst kan voelen.
En merk even op,
Hoe de adem nu beweegt.
Gaat hij snel?
Gaat hij langzaam?
Voelt hij rustig of onrustig?
Hoe de adem nu ook verloopt,
Volg hem,
Zonder er iets aan te veranderen.
En geheid dat je afdwaalt,
Dat gebeurt nou eenmaal.
En dat is ook helemaal geen probleem.
Elke keer als je opmerkt dat je afdwaalt,
Dan ben je er eigenlijk alweer.
En kan je vriendelijk weer terug naar je adem.
Elke keer dat je afdwaalt,
Breng je je aandacht gewoon weer terug.
Tien keer,
Honderd keer,
Misschien wel duizend keer.
Dat is de oefening.
Oefeningen in opmerken dat je ergens anders bent met je aandacht.
En dan vriendelijk weer terugbrengen naar de adem.
De beweging van de adem,
Op en neer,
In en uit.
Misschien kun je je adem dusdanig volgen,
Dat je merkt dat er na een inademing een keerpunt is.
Misschien een kleine pauze,
Voordat de uitademing komt.
En na die uitademing is er weer een keerpunt,
Totdat de inademing weer komt.
Kijk of je met al je aandacht die beweging kunt volgen.
En mocht je merken dat je je adem aan het beïnvloeden bent,
Of hem anders probeert te laten verlopen dan dat hij nu loopt,
Dan merk je ook dat gewoon op.
Een volgende keer,
Of een volgend moment,
Is het weer anders.
Dus blijf met je vriendelijke open aandacht bij de adem,
De in- en uitademing,
Die op- en neergaande beweging met de keerpunten.
En waar ben je nu met je aandacht?
Nog bij de adem?
Of misschien afgedwaald?
Geen probleem.
Elke keer,
Als je het opmerkt,
Kan je weer terug.
Terug naar de beweging van de adem.
De adem is altijd bij je.
Je kunt hem niet vergeten,
Niet laten liggen.
Hij kan niet vallen of breken.
En hij doet het vanzelf.
Dus laat de adem ademen.
En ben erbij,
Met je volle aandacht.
En als je wilt,
Kun je benoemen.
Ik adem in en ik adem uit.
Met al je aandacht ben je bij je adem.
Bij die op- en neergaande beweging.
Het bollen van je buik,
Waar je misschien wel voelt hoe je buik je kleding raakt en meebeweegt.
En weer het inzakken van je buik.
Met alle aandacht ben je bij de adem.
Open en vriendelijk besteed je elk moment van deze oefening.
Een aandacht voor de adem.
De beweging van de adem.
De adem die vanzelf gaat.
Waar je niks aan hoeft te veranderen.
Waar je elke keer als je afgedwaald bent,
Je kan opmerken.
Hé,
Ik ben afgedwaald.
En ik breng vriendelijk mijn aandacht weer terug.
Terug naar de adem.
Misschien merk je op dat de adem nu anders voelt dan in het begin van de oefening.
Of misschien ook niet.
Weet dat er niks hoeft te lukken.
Dat je deze oefening niet goed of niet fout kan doen.
Het is een oefening een opmerken.
Opmerken dat je afgedwaald bent.
Om elke keer weer je aandacht terug te brengen naar je adem.
En dan ga je vanuit de aandacht voor de adem,
Je aandacht weer een beetje verbreden.
In je lijf,
In de ruimte waar je bent.
Om in je eigen tempo je ogen weer open te doen als je die gesloten had.
En weer terug te komen met je aandacht.
En zo de oefening af te ronden.
Bedank jezelf dat je de tijd hebt genomen voor deze oefening.
En heb voor nu een fijne dag,
Avond of nacht.
Maak kennis met je leraar
4.6 (11)
Recente Beoordelingen
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
