
De Kleine Rode Brandweerwagen 8min19
Deze meditatie gaat over een kleine brandweerwagen die denkt dat hij geen plekje in de kazerne verdiend. Maar wanneer buurtkat in nood is rukken ze allemaal uit en blijkt dat klein ook soms fijn is. Leef mee met deze kleine rode brandweerwagen en val daarna lekker in slaap.
Transcript
Dit is een verhaaltje over een kleine rode brandweerwagen.
Een speelgoedbrandweerwagen,
Die niet liever wilde dan een grote brandweerwagen zijn.
Iedere dag reed hij wel een keer de kazerne voorbij.
En wanneer hij naar binnen keek,
Zag hij allemaal grote brandweerwagens staan.
Sommige hadden vier wielen,
Andere hadden er wel zes.
En de allergrootste hadden wel acht wielen en een hele grote ladder.
Oh,
Wat kon onze kleine brandweerwagen toch lang naar binnen turen.
Hij hoopte dat hij op een dag net zo groot als de rest zou zijn.
Zo was de kleine brandweerwagen op een woensdagmiddag op weg naar de kazerne.
Het was een mooie dag in oktober.
Het had de voorgaande weken veel geregend,
Maar nu was het droog.
De zon scheen door de boomtoppen en de blaadjes,
Die inmiddels bruin,
Rood en geel waren verkleurd,
Lichten mooi op in de zonnestralen.
Oh,
Wat mooi.
Wat houd ik van de herfst,
Dacht de kleine brandweerwagen.
En wat zien die blaadjes er prachtig uit.
Op dat moment kwam er een telefoontje binnen bij de kazerne.
De buurkat is in nood.
Hij was in de allerhoogste boom geklommen en durfde nu niet meer naar beneden.
Alle brandweerwagens opgelet.
Buurkat moet gered worden.
Eropaf.
De grote garagedeuren gingen open en bewogen van beneden naar boven.
De brandweerwagens startten hun grote motoren en gingen op pad.
Hé,
Wacht eens even,
Dacht de kleine brandweerwagen.
Ze zeiden alle brandweerwagens,
Dus ik kan mee.
En daar gingen ze.
Vier brandweerwagens.
Drie grote en één kleine.
Op weg naar buurkat,
Die hoog in de boom zat en er niet meer uit durfde.
Al snel kwam de allergrootste brandweerwagen vast te zitten in de modder en kon niet meer vooruit.
Toen waren het er nog drie.
Daarna moesten ze door een tunnel,
Waar de ene grootste niet onderdoor paste,
En toen waren het er nog twee.
Bijna bij de grote boom aangekomen moesten ze door een smal paadje en daar kon de grote brandweerwagen niet tussendoor.
Toen was het er nog maar één.
Eén kleine brandweerwagen was eindelijk bij de grote boom aangekomen en schoof zijn ladder uit.
Eerst een klein beetje,
Toen nog wat verder en uiteindelijk helemaal tot aan de top van de boom,
Zodat buurkat veilig naar beneden kon komen.
Het was gelukt.
Buurkat was gered.
De kleine brandweerwagen klapte zijn ladder weer in,
Ging door het kleine paadje,
Onder de tunnel door en over de modder terug naar de kazerne.
En wat zag hij nou?
Er was een speciaal plekje vrijgehouden voor de kleine brandweerwagen.
Wat was dat fantastisch!
En wat gaf dat een fijn gevoel van binnen.
Het was best prima om zo klein te zijn.
De garagedeuren gingen weer open en hij reed zijn wieltjes zachtjes naar binnen,
Want het was al laat geworden.
Hij werd helemaal van top tot teen gewassen en stond weer schoon te blinken op zijn eigen plek.
Hij kon nu lekker gaan slapen en langzaam maar zeker zette hij al zijn lampjes uit.
Eerst zette hij zijn blauwe lampjes uit en hij werd steeds rustiger.
Toen zette hij zijn rode lampjes uit en hij werd steeds meer ontspannen.
Daarna zette hij zijn oranje lampjes uit en hij werd nog rustiger en nog meer ontspannen dan dat hij al was.
En daarna als allerlaatste zette hij zijn koplampjes en zijn motortje uit en hij viel in een diepe,
Lange,
Heerlijke slaap.
Maak kennis met je leraar
4.6 (9)
Recente Beoordelingen
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 34 million people. It's free.

Get the app
