
Compassiemeditatie | Je innerlijke criticus ontmoeten
Word jij soms ook zo geteisterd door je innerlijke criticus? Die stem in jezelf die zegt dat het nooit goed genoeg is. Die overal kritiek op heeft. In deze meditatie ga je in gesprek met dit deel van jezelf. Geloof het of niet, dit deel van jezelf doet dit in feite om je te beschermen. Door wat meer van een afstand naar dit deel van jezelf te kijken, leer je hoe je beter ermee kunt communiceren, ernaar kunt luisteren of niet, en je er minder door kunt laten controleren.
Transcript
Ik ga zitten op een plek die veilig en vertrouwd voelt.
Ik neem voor mezelf een gemakkelijke,
Tegelijk een aanwezige houding aan.
Ik laat mijn aandacht zachtjes rusten op de beweging van de adem en mijn lichaam als geheel.
Hier zitten met een ademend lichaam.
Ik denk nu aan iets waarvoor ik mezelf kritiek geef of mezelf vaak opjaag.
Ik probeer me dat helemaal voor te stellen,
Die situatie,
Met alle hardheid en alle oordelen,
Alle negativiteit,
En ik merk op wat dit met me doet.
Wat merk ik in mijn lichaam?
Welke emoties,
Welke gevoelens ervaar ik?
En welke gedachten merk ik op?
Wat is het toon van de stem waarmee ik mezelf toespreek?
Koud en veroordelend?
Hard en bevelend?
Amanen tot voorzichtigheid?
Angstig of streng?
Ik kan het gewoon opmerken,
Zonder oordeel,
Met oprechte belangstelling.
Wat doet dit met me?
Ik kan me nu voorstellen dat ik op een veilige en vertrouwde plek ben,
Om daar een beeld te laten verschijnen van mijn innerlijke kriticus.
Misschien is dit heel duidelijk,
Een specifiek persoon,
Een specifiek beeld,
Misschien een bepaald gevoel of aanwezigheid.
Ik laat die innerlijke kriticus aan tafel gaan zitten.
En ik ga haar tegenover zitten,
De tafel tussen ons in.
Misschien heeft mijn innerlijke kriticus ook wel een naam.
Ik zie hoe moe hij of zij is,
Maar altijd maar willen behoeden,
Altijd maar alert zijn,
Altijd maar commentaar hebben of een oordeel klaar hebben.
En ik kijk zo compassievel als mogelijk naar deze innerlijke kriticus,
Deze innerlijke stem,
Dit gevoel in mij,
Die altijd zo zijn of haar best doet.
En ik geef diegene toestemming om even tot rust te komen,
Om niet druk bezig te zijn.
Met liefde zeg ik tegen mijn kriticus,
Ik zie jou,
Ik hoor jou,
Ik voel jou.
En ik bied mijn kriticus een kop thee of een kommetje soep aan.
Hoe is dit voor mijn kriticus?
Misschien neemt hij of zij het in dankbaarheid aan en komt tot rust.
Hoe is het voor mij om me dit zo voor te stellen?
Wat merk ik op in mijn lichaam,
Gevoelsmatig en qua gedachte?
Het kan ook dat mijn innerlijke kriticus mijn vriendelijke gebaar niet aanneemt en verder zijn of haar rol wil blijven spelen van kriticus.
Misschien wil ik dan wel wat meer vastberaden zijn en zeggen stop,
Jij in jouw ruimte en ik in de mijne.
Laat zien dat ik het meen.
Misschien wil ik wel een symbool plaatsen tussen mij en mijn kriticus om dit te ondersteunen.
Misschien wil ik wel iets heel duidelijk maken,
Iets duidelijk zeggen.
Ik kijk of ik vastberaden een grens kan aangeven.
Niet streng,
Niet veroordelend,
Nog steeds compassievol,
Maar wel heel duidelijk.
En vastberaden.
Ik kan me nu voorstellen hoe ik nog een stukje ga wandelen.
Samen met mijn innerlijke kriticus.
We lopen naast elkaar.
Misschien is hij nog druk kritiek aan het leveren.
Misschien is hij al wat meer in rust,
In stilte.
En ik kijk of ik met ogen van compassie kan blijven kijken naar mijn innerlijke kriticus.
Ergens heb ik ook wel begrip voor wat hij of zij doet.
Voor de inspanningen om me veilig te houden.
De inspanning om erbij te horen.
Ik voel wel compassie voor de druk en de pijn waarmee hij of zij leeft.
En als het voor mij oké is,
Kan ik mijn innerlijke kriticus nu ook mijn wensen sturen.
Mogen jij gelukkig zijn.
Mogen jij jezelf rust gunnen.
Vrij van zorgen en moeten.
Mogen jij jezelf ruimte geven.
En ik geef aandacht aan hoe het voor mij is om dit te doen.
En hoe ontvangt mijn innerlijke kriticus dit?
Misschien ontdekt mijn innerlijke kriticus dat een meer compassievolle en meer liefdevolle oriëntatie ook mogelijk is.
En dat hij me ook liefdevol kan aanmoedigen.
In plaats van zich continu zo druk te maken.
Zoveel kritiek en oordelen.
En zo hard me steeds maar te corrigeren.
Misschien wordt het duidelijk voor mijn kriticus dat ik ook maar een mens ben.
Ook wel eens een fout kan maken.
Dat ik ook wel eens niet perfect kan zijn.
En ik kan nu,
Als het voor mij oké voelt,
Samen met mijn kriticus deze liefdevolle wensen herhalen.
Verbonden van hart tot hart.
Mogen wij gelukkig zijn.
Mogen wij onszelf rust gunnen.
Vrij van zorgen.
Mogen wij onszelf de ruimte geven.
Om fouten te maken.
En hiervan te leren.
En ik merk wat het met me doet.
Om samen zo deze liefdevolle wensen voor onszelf uit te spreken.
Misschien heb ik nog wel een boodschap voor mijn kriticus.
Is er iets wat ik wil zeggen?
Misschien bepaalde troostende of liefdevolle woorden.
Misschien wil ik hem of haar wel zeggen om even rust te nemen.
Om als het ware even met vakantie te gaan.
Misschien wil ik mijn kriticus nog iets meegeven.
Iets symbolisch.
En ik neem nu afscheid van mijn innerlijke kriticus.
Op wat voor manier dat nu ook goed voelt.
Misschien gaan we gewoon ieder onze eigen weg.
Misschien geven we elkaar een hand.
Of een omarming.
En als ik mijn innerlijke kriticus zie gaan.
Weet ik.
Die me nogal regelmatig zal komen bezoeken.
En dat ik hem of haar kan verwelkomen.
Als een oude vriend.
Die ik goed heb leren kennen.
Ik laat mijn aandacht nog even zachtjes rusten.
Bij mijn lichaam.
Bij de beweging van de adem.
Ter hoogte van de buik.
En ik buig voor wat mijn ervaring ook is geweest.
Maak kennis met je leraar
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 34 million people. It's free.

Get the app
