
Muizen in Opstand | Uit de Verhalen van Pieter en Loes
by Hilda Stoop
Pieter en Loes zijn zomaar in een wei gaan liggen zonder te kijken en daar zijn de muizen niet zo blij mee. De muizen gaan daarvoor zelfs in de aanval en gebruiken wat er maar in de wei te vinden is....
Transcript
Muizen in opstand Voor hun laatste dag trekken Pieter en Loes nog eens de berg op.
Ome Dut is thuisgebleven,
Hij was veel te moe.
Het is heerlijk weer in de bergen en Pieter en Loes zijn niet echt ver geraakt.
Ze liggen languit in een wei.
Ergens op de achtergrond horen ze koebellen.
De zon schijnt en er zijn enkele wolken,
Een zacht briesje.
Kijk roept Loes,
Ik zie een beer in die wolk daar en daar wat verder,
Dat lijkt wel een stoomterrein.
Pieter kijkt rond.
Hij telt wel twaalf bergtoppen met hier en daar wat sneeuw.
Wanneer een wolk een schaduw werpt op de berg recht voor hen,
Roept hij uit.
Kijk Loes,
Daar op die bergflank,
Daar loopt een grote dinosaurus.
Het is magisch daar in de wei.
En ze doezelen weg.
Heel zachtjes klinkt er op de weide.
Links,
Twee,
Drie,
Vier,
Links,
Twee,
Drie,
Vier.
Panneton,
Halt,
Katapult,
Klaarmaken,
Laden,
Richten.
En daar vliegt een hele hoop kleine kogels door de lucht,
Recht op Pieter en Loes.
Loes springt op en roept,
Wat is dat,
Het was hier net zo rustig.
Pieter kijkt om zich heen en daar vliegt weer zo'n lading kogeltjes in hun richting.
Kijk,
Zegt Loes,
Kijk,
Het lijken wel konijnenkeutels,
Wie doet nu zoiets?
En daar horen ze opnieuw heel zachtjes,
Fort,
Fort,
Opnieuw laden,
Een beetje sneller met die kruiwagen,
De katapult wacht op zijn lading,
Vooruit.
Pieter staat ook op,
Ze kijken aandachtig rond en daar,
Achter een steen,
Zien ze vier muizen rond een piep kleine katapult staan.
Een van de muizen draagt een riem en iets wat op een helm lijkt en draagt een stokje in zijn voorpoot.
Hé,
Roept Pieter,
Wat doen jullie daar en waarom schieten jullie konijnenkeutels naar ons?
Drie muizen willen ervan doorgaan,
Maar de gehelmde muis roept.
Hela,
Staan blijven en hop terug op jullie post en houd jullie klaar voor het volgende salvo.
Ja,
Maar baas,
Wij zijn wel bang van die grote mensenkinderen.
Tut,
Tut,
Tut,
Antwoordt baas muis,
Iedereen op zijn plaats,
Wij moeten die mensenkinderen wegjagen.
Wegjagen,
Zegt Loes,
Maar wij hebben toch niets misdaan?
Wij zitten hier gewoon in de wei te genieten van de zon en de wind en de bloemen en het gras.
Ja,
Ja,
Antwoordt baas muis,
Dat kan allemaal wel zijn,
Maar jullie zijn onvoorzichtig geweest,
Want jullie zitten op de ingang van onze muizenschool en daardoor kunnen onze kinderen niet meer buiten.
Oei,
Zegt Pieter,
Maar dat wisten wij niet.
Typisch,
Zegt baas muis,
Dat zeggen alle mensenkinderen,
Jullie moeten beter opletten.
Ja,
Maar,
Zegt Loes,
Hoe hadden we dat kunnen weten?
We hebben niks gezien of gehoord.
Baas muis komt dichterbij.
Pieter en Loes gaan op hun knieën zitten en daar toont baas muis,
En toont baas muis,
Recht op de plaats waar Pieter lag,
Een klein holletje.
Daar,
Zegt baas muis,
Daar is de ingang van de muizenschool.
Pieter en Loes horen een heel zacht gepiep en ja,
Daar komen wel tien kleine muisjes tevoorschijn.
Baas muis kijkt op naar Pieter en Loes en geeft hen volgende wijze raad.
Wel,
Als jullie nog eens ergens in een wei gaan zitten of liggen,
Moeten jullie eerst goed rondkijken dat er geen holletje of nestje is,
Dat door diertjes wordt gebruikt,
Of het nu muizen zijn,
Zoals wij,
Of mieren of hommels.
Jullie moeten altijd eerst goed kijken en dan is er in de wei plaats voor iedereen.
De kleine muisjes zijn al verdwenen.
Baas muis draait zich om naar zijn drie soldatenmuizen en roept Marathon,
Keer om,
Links,
Twee,
Drie,
Vier!
En opeens zijn alle muizen weg.
Wat een avontuur!
Pieter en Loes lopen naar huis toe.
Ome Duut,
Ome Duut,
Wij hebben wat beleefd in de wei!
Maak kennis met je leraar
3.7 (35)
Recente Beoordelingen
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
