
Glimlachen naar het zeurend kind van binnen
by Lp Sander
Korte begeleide meditatie in de Dhammakaya-traditie. Nadat we ons onstpannen in lichaam en geest, laten we onze aandacht naar het midden van het lichaam gaan, waar we gewoon zijn in het hier en nu. We laten onze gedachten komen en gaan zonder af te dwalen noch door iets af te dwingen.
Transcript
Dus laten we eerst even goed gaan zitten,
Dat we het gevoel hebben dat we zo voor lange tijd kunnen blijven zitten.
Dat we ons opmerkzaam voelen,
Maar wel ontspannen.
En we ademen eens diep in en weer rustig uit.
En dan besteden we eerst wat aandacht aan de ontspanning van ons lichaam.
We ontspannen eerst onze ogen.
We laten onze ogen zacht worden en ontspannen.
We kunnen dat het beste doen door een beetje misschien onze wenkbrauwen te fronsen en dan weer te ontspannen.
Zo een beetje de spiertjes in te spannen en weer te ontspannen.
Ontspannen de spiertjes rondom onze ogen en ook in onze oogleden.
Totdat we het gevoel hebben dat onze ogen een klein beetje voelen opengaan.
Dat ze niet helemaal dicht zitten.
En dan voelen we de golf van ontspanning door ons hele lichaam gaan.
Van top tot teen.
Vanuit de kruin van ons hoofd tot aan ons gezicht,
Kaken,
Nek,
Schouders,
Armen,
Handen.
En we voelen de golf van ontspanning door ons heen gaan.
Het bereikt onze buik,
Rug,
Huipen,
Benen en dan uiteindelijk tot aan je voeten en tenen.
Het zou kunnen dat er nog wat spanning is,
Maar we laten dat even.
We hoeven er niet op in te zoomen,
Nog het te proberen te weerstaan.
En zo leren we geleidelijk ons lichaam een beetje los te laten.
En dan wanneer we geleidelijk ons lichaam een beetje hebben kunnen loslaten,
Ontspannen we ons ook van binnen.
We voelen gedachten en gevoelens door ons heen gaan.
En we geven die een plaats en ruimte.
Soms zijn ze onaangenaam,
Angsten,
Zorgen,
Frustraties.
Soms zijn ze aangenaam,
Praatjes,
Pretjes,
Pleziertjes,
Herinneringen.
En al deze gedachten laten we zijn zoals ze zijn.
Maar normaal gesproken gaan we er heel vaak op voortborduren.
We lopen achter de een of andere gedachte aan.
En de vervelende gedachten proberen we weg te doen.
Of soms lopen we ook daar achteraan.
In meditatie geven we alles gewoon de ruimte,
Maar we gaan er niet op in.
Traditioneel is de vergelijking net als een onuitgenodigde gast,
Die je gewoon negeert en dan weer na een tijdje weggaat.
Maar in het Westen zegt ons dat niet zoveel.
Je kunt het ook vergelijken met een zeurend kind.
Als je gaat schreeuwen tegen een zeurend kind,
Dan maak je het soms alleen maar erger.
Of dan maak je het kind bang.
Maar als je het kind altijd zijn zin geeft,
Dan heb je straks een nog groter probleem.
Dus we laten het zeurend kind zijn gang gaan.
Misschien glimlachen we naar hem,
Maar we laten het niet telkens zijn zin krijgen.
En we voelen dat het heel aangenaam kan zijn om niet te hoeven reageren op onze gedachten en gevoelens.
Gewoon te zitten en te zijn,
Zonder iets af te dwalen en zonder iets af te dwingen.
Geleidelijk aan merken we dat we steeds minder de behoefte hebben om ons in te spannen om dit of dat te gaan denken of te reageren.
En we merken dat spanning in onszelf geleidelijk vermindert,
Nu dat we niet meer hoeven te reageren.
Dan worden we ons weer bewust van onze ademhaling,
Maar we beheersen onze ademhaling nu niet meer.
We voelen simpelweg hoe onze ademhaling naar binnen gaat en uiteindelijk belandt in het midden van onszelf.
Aan het einde van onze longen,
In het midden van onze buik,
Of om precies te zijn,
Het midden van onze romp.
Aan het einde van onze inademing en het begin van de uitademing,
Het keerpunt van de ademhaling.
En dat punt,
De plaats tussen in- en uitademing,
Noemen we de middenruimte.
We worden hier bewust van en dat is meestal voldoende.
Maar heel vaak,
Bij heel veel mensen,
Komt het ook wel voor dat er behoefte is aan meer houvast,
Een manier waarop we onze aandacht kunnen wijden aan deze middenruimte en we er ons kunnen vestigen.
Dus daarom kunnen we gebruik maken van een herinnering,
Van een lichtje of een zonnetje,
Een maantje of een sterretje,
Dat heel mooi schijnt in de midden van onszelf.
Soms zien we het helder en soms wordt het vage.
En we hoeven deze herinnering ook niet heel dwangmatig in te gaan printen.
We laten hem gewoon achter in het midden van onszelf,
Als een soort van markering.
En dan laten we onze aandacht weer,
En als we het gevoel hebben dat we weer afdwalen,
Dan keren we weer terug,
Worden we ons weer bewust van het midden van onszelf.
En eventueel kunnen we weer opnieuw inademen om het einde van de inademing te bereiken in het midden van onszelf.
We hoeven nooit op zoek te gaan naar perfectie.
Het zal altijd een beetje rommelig blijven,
Zeker in het begin.
Maar we blijven gewoon rustig verder gaan,
Kalm en ontspannen,
Speels en nonchalant.
Dan komen we geleidelijk aan het einde van deze meditatie.
We worden ons weer bewust van onze zintuigen.
We horen misschien de geluiden om ons heen.
Wat meer,
Bijvoorbeeld de klok die aan de wand hangt.
We voelen de mat of de stoel waar we opzitten.
En we voelen onze handen en voeten.
En de rest van ons lichaam.
En we nemen de middenruimte met ons mee,
Waar we ook gaan of staan.
En nu en dan zeggen we even hallo,
Zeggen we even gedag tegen de middenruimte.
En dat geeft ons veel meer vanuit het oogpunt van aandacht en tegenwoordigheid van geest.
Dan komen we aan het einde van de meditatie en we doen geleidelijk onze ogen open.
Terwijl ik afsluit met een korte recitatie om het einde van de meditatie te markeren.
1,
2,
3.
.
.
Maak kennis met je leraar
4.3 (27)
Recente Beoordelingen
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 35 million people. It's free.

Get the app
