
Systemische Meditatie - Teruggeven wat niet van jou is
by Mels Boots
In deze systemische meditatie onderzoek je welke zorgen, verantwoordelijkheden, emoties of verwachtingen jij mogelijk voor anderen bent gaan dragen. Misschien ben je gewend om sterk te zijn, de vrede te bewaren, iemand te beschermen of verantwoordelijkheid te voelen voor hoe een ander zich voelt. Met behulp van visualisatie en lichaamsgerichte aandacht onderzoek je wat werkelijk van jou is en wat je symbolisch bij de ander mag laten. Daarbij is er ook aandacht voor jouw plek binnen je familiesysteem, de mensen die vóór jou kwamen en eventuele broers en zussen naast je. Teruggeven betekent in deze meditatie niet dat je iemand afwijst of de verbinding verbreekt. Je onderzoekt juist hoe je verbonden kunt blijven zonder het leven of de verantwoordelijkheid van een ander over te nemen. Je hoeft tijdens deze meditatie niets te begrijpen, los te laten of te veranderen. Merk vooral op wat zich in jou en in je lichaam aandient.
Transcript
Welkom bij deze meditatie.
In deze systemische meditatie onderzoek je wat jij in jouw leven meedraagt.
Misschien zijn dat zorgen,
Verantwoordelijkheden,
Emoties of verwachtingen die niet helemaal van jou zijn.
Vanuit lichaamsgerichte aandacht sta je stil bij wat bij jou hoort en wat je mogelijk bij de ander mag laten.
Je hoeft daarbij niets te forceren of op te lossen.
Merk alleen op wat zich aandient.
Ga maar zitten of liggen op een manier die je prettig voelt.
Dan gaan we beginnen.
Neem maar even de tijd om hier aan te komen.
Sluit je ogen als dit prettig voelt.
Voel het contact van je lichaam met de ondergrond.
Misschien voel je je voeten op de vloer.
Hoe je benen het zitvlak aanraken of de ondergrond.
Je beelden.
Merk maar op waar je lichaam gedragen wordt door de ondergrond.
Je hoeft op dit moment nergens naartoe.
Je hoeft niets op te lossen.
Je hoeft alleen maar even hier te zijn,
In dit moment.
Breng je aandacht rustig naar je ademhaling.
Voel hoe je adem vanzelf binnenkomt.
En weer naar buiten gaat.
En je hoeft je adem niet dieper of rustiger te maken.
Merk alleen maar op dat je nu ademt.
Voel je beweging in je buik?
En je borst kan.
Of ergens anders in je lichaam.
Voel vervolgens de grenzen van je lichaam.
De plekken waar jouw lichaam overgaat in de buitenwereld.
De huid van je voeten.
Je benen.
En je bekken.
Je woonst.
Ja,
Hoor.
Je armen en handen.
Je nekt.
En je gezicht.
Voel maar de buitenkant van jouw lichaam.
En neem een moment om te voelen,
Hier ben ik.
Dit is mijn lichaam.
Dit is mijn plek.
Stel je nu voor dat je je op een plek bevindt waar er voldoende ruimte om je heen is.
Bijvoorbeeld een open veld.
Of een rustige fijne kamer.
Of een plek in de natuur.
Of simpelweg een open ruimte zonder dat je daar een duidelijk beeld op hoeft te hebben.
Voel dat jij ergens in die ruimte staat.
Neem even de tijd om te merken hoe je daar staat.
Hoe voelt de grond onder je voeten?
Hoe is je houding?
Hoe voelt je lichaam op deze plek?
Breng dan je aandacht naar wat je op dit moment in je leven met je meedraagt.
En je hoeft niet te weten waar dat vandaan komt.
Je hoeft het ook geen naam te geven.
Merk alleen maar op of er ergens in jouw lichaam iets voelbaar wordt.
Een zwaarte.
Druk of spanning.
Een gevoel van verantwoordelijkheid.
Onrust.
Een neiging om iets vast te houden.
Of misschien werk je juist helemaal niet.
Wat er ook wel of niet merkbaar is.
Het is precies zoals het zou moeten zijn.
Vraag jezelf rustig af.
Wat draag ik eigenlijk allemaal?
Wat komt er nu bij jou naar boven?
Zijn niet zorgen.
Verantwoordelijkheden.
Verwachtingen waaraan je probeert te voldoen.
De stemming van iemand anders.
Het gevoel dat jij ervoor moet zorgen dat het goed gaat.
Dat iemand niet teleurgesteld raakt.
Dat er geen conflict ontstaat.
Dat iemand gelukkig blijft.
Of dat jij sterk moet blijven,
Zodat de ander dat niet hoeft te zijn.
Laat verschijnen wat zich vanzelf bij jou aandient.
En als er niets verschijnt,
Is dat ook goed.
Werk opnieuw je lichaam op.
Waar meer keren gereden zijn.
Misschien in je schouders of je worst.
Je bent.
.
.
Bij je kaken.
Je handen.
Of ergens anders.
En de sensaties die je opmerkt,
Hoef je niet weg te maken.
Merk alleen maar op.
Dit draag ik op dit moment met mij mee.
Stel je nu voor dat jij in die ruimte die jij in gedachte hebt genomen,
Of de plek in de natuur.
Achter je biologische ouders staat.
En dat daarachter hun ouders weer staan.
Jouw grootouders.
En misschien zelfs nog een generatie voor hen.
Je hoeft niet scherp te zien of te weten hoe ze er precies uitzien.
Je hoeft ook niet iedereen te kennen.
Laat alleen maar het besef dat er mensen voor jou kwamen binnenkomen.
Dat is genoeg.
En als er andere mensen zijn geweest die een belangrijke ouderlijke of verzorgende rol in jouw leven hebben gehad.
Mogen ook zij ergens een plek krijgen in deze ruimte achter jou.
Niet op dezelfde plek als jouw biologische ouders.
Maar wel op hun eigen plek in jouw familiesysteem.
Mocht je broers of zussen hebben?
Kun je je ook voorstellen dat zij een plek naast jou innemen.
Ieder op een eigen plek binnen de kinderheid.
De oudere kinderen eerder in de rij.
De jongere kinderen later.
En je hoeft er geen exact beeld van te maken.
Alleen het besef dat ieder zijn of haar eigen plek heeft.
En mocht er een broer of zus of ander familielid zijn die niet meer leeft.
.
.
Maar wel voor jou duidelijk onderdeel is van jouw systeem.
Mag ook diegene een plek innemen.
Voel opnieuw waar jij staat.
Onder de mensen die voor jou kwamen.
En naast de broers of zussen die samen met jou tot deze generatie boeren.
Jij op jouw plek.
Niet op de plek van je ouders.
Niet op de plek van een broer of zus.
Maar volledig op jouw eigen plek.
Merk maar eens op wat er in jouw lichaam gebeurt terwijl je je dit voorstelt.
Ontzater herkenning.
Of voelt het mogelijk niet kloppend?
Is er verdriet?
Spannend.
Of helemaal niet.
Je hoeft nergens naartoe.
Blijf maar voelen dat jij hier staat.
Op je eigen plek.
Zou het zo kunnen zijn dat jij in jouw leven hebt geleerd om goed aan te voelen wat anderen nodig hebben?
Ben je verantwoordelijkheid gaan nemen voor hoe een ouder zich voelde?
Heb je geprobeerd een broer of zus te beschermen?
Sterk te zijn voor het gezin.
De vrede te bewaren.
Iemand gelukkig te houden.
Het gezin bij elkaar te houden.
Of iets op te lossen wat groter was dan jijzelf.
Ben je misschien binnen de kinderrij groter geworden dan je eigenlijk hoefde te zijn?
Of ben je juist kleiner gebleven om ruimte te laten voor iemand anders?
Heb jij een broer of zus willen redden?
Voor iemand gezorgd.
Of geprobeerd iets te dragen waarvan je dacht dat de ander dat niet aankomt.
En niet omdat daar iets mis mee was.
Misschien was het ooit een manier om verbonden te blijven.
Om erbij te horen.
Om veiligheid te ervaren.
Of simpelweg omdat je op dat moment niet anders kon geweest zijn.
Gun jezelf nu het moment om te onderzoeken.
Hoort alles wat ik draag werkelijk bij mij?
En je hoeft er geen rationeel antwoord op te geven.
Laat je lichaam maar reageren op die vraag.
Wat gebeurt er wanneer je jezelf toestaat om niet alles vast te hoeven houden?
Stel je voor dat je datgene wat je draagt voor een moment zichtbaar zou kunnen maken.
Zie je dan een gewicht voor je?
Een steen of een zware tas.
Een bepaalde kleur of vorm.
Of een ander element wat je bijvoorbeeld in je handen kunt vasthouden of op je rug of schouder draagt.
Merk op hoe het voelt om het vast te houden of met je mee te dragen.
Voel het gewicht ervan.
En de zwaarte van de energie die dit met zich meedraagt.
En terwijl je deze sensatie ervaart.
Probeer tegelijkertijd jouw voeten te voelen.
De grond onder jou.
Jouw eigen lichaam.
Denkend aan dat voorwerp.
Vraag jezelf dan rustig af.
Is dit werkelijk voor mij?
Of is het van iemand anders?
Draag ik iets dat misschien bij een ander hoort?
En je hoeft niets weg te doen waarvan je niet weet of het van jou is.
Je hoeft ook niets terug te geven omdat je denkt dat dat zou moeten.
Alleen wat voor jou duidelijk niet van jou voelt.
Mag je iets losser gaan vasthouden.
Mogelijk verschijnt er iemand in jouw familiesysteem.
Bij wie een deel van deze last hoort.
Een ouder,
Een broer of zus.
Een ander familielid.
Of een partner.
Iemand uit je verleden.
Of misschien verschijnt er helemaal niemand.
Je hoeft niet te zoeken.
Wanneer er iemand verschijnt.
Kijk dan alleen maar naar die persoon.
Niet om te beoordelen.
Niet om te bepalen wie schuld heeft.
Alleen om te erkennen.
Dit is jouw leven.
En dit is mijn leven.
Voel opnieuw de grond onder je voeten.
En als het voor jou klopt,
Kun je je gedachten zeggen?
Wat van jou is,
Laat ik bij jou.
En niet vanuit een afwijzing.
Niet omdat de ander jou niet meer raakt.
Maar omdat die ander een eigen plek heeft.
Met eigen verantwoordelijkheden.
Met een eigen lot.
En jij die houden.
Je kunt in jezelf zeggen.
Ik hoef dit niet voor jou te dragen.
Ik laat bij jou wat bij jou hoort.
En ik neem mee wat van mij is.
Voel wat die woorden met je lichaam doen.
Ontstaat er ruimte.
Spannend.
Verdriet.
Guld gevonden.
Opluchting.
Of een neiging om de last meteen weer op te pakken.
Wat zich ook aandient.
Dat gevoel mag er zijn.
Je hoeft jezelf niet te dwingen om los te laten.
Soms voelt vasthouden vertrouwd.
Soms kan teruggeven voelen alsof je iemand in de steek laat.
Alsof je minder loyaal bent.
Of alsof de verbinding daardoor verandert.
Merk maar op wat er gebeurt.
Voel opnieuw je voeten.
Jouw lichaam.
Jouw plek.
En stel je voor dat er verbinding tussen jou en de ander mag blijven bestaan,
Ook wanneer je niet draagt wat van de ander is.
Je kunt verbonden zijn zonder verantwoordelijk te zijn voor alles wat de ander voelt.
Je kunt van iemand houden zonder zijn of haar leven te hoeven dragen.
Je kunt dicht bij een broer of zus zijn,
Zonder zijn of haar plek in te nemen.
Je kunt betrokken zijn.
Zonder jezelf te verliezen.
En als het goed voelt.
Stel je dan voor dat je datgene wat niet van jou is,
Voorzichtig neerlegt.
Niet weggooit,
Niet wegduwt,
Maar neerlegt op de plek waar het hoort.
Misschien bij de persoon aan wie je het toebehoort,
Als je hier een beeld bij hebt.
Of simpelweg buiten jouw eigen ruimte.
Bij de jouw plek.
Je hoeft niet te weten wat er mee gebeurt.
Je hoeft het niet op te lossen voordat je het neerlegt.
Je hoeft er niet voor te zorgen dat de ander het kan dragen.
Dat is niet jouw verantwoordelijkheid.
Merk je handen op.
Je schouders.
Je borst.
Je bent.
.
.
Jereg.
En je ademhaling.
Wat verandert er wanneer je minder hoeft vasthouden?
Voel je verschil?
Of juist niet.
Wijde is goed.
Kijk nu nog eens naar de mensen in jouw systeem.
Jouw ouders op hun plek.
De generaties voor hen.
Je broers en zussen hier op hun eigen plek.
Andere belangrijke mensen op de plek die je hier bij hen hoort.
En jij hier,
Op jouw plek.
Kun je in gedachten zeggen?
Ik respecteer wat van jullie is door het bij jullie te laten.
En ik respecteer mijn eigen leven door te dragen wat van mij is.
Voel die woorden even na.
Draai je aandacht vervolgens langzaam naar voren,
Naar jouw eigen leven.
De ruimte die voor jou ligt.
Jouw keuzes.
Ja,
Verlangend.
Jouw verantwoordelijkheden.
Datgene dat werkelijk van jou is.
Voelt deze ruimte onbekend?
Of juist vertrouwen.
Misschien merk je nu pas hoeveel aandacht er naar anderen ging,
Wanneer je nu voor je kijkt.
En je hoeft er niets van te vinden.
Merk het alleen maar op.
.
.
.
Voor opnieuw je hele lichaam.
Je voeten?
Je benen.
Je bekent.
.
.
Je borst.
Ja,
Of niet?
En je gezicht.
En zeg dan in jezelf wanneer het voor jou klopt.
Ik laat bij de ander wat van de ander is.
Ik draag wat van mij is.
Ik mag verbonden zijn zonder alles over te nemen.
Ik mag mijn eigen leven leven.
Voel maar hoe dit bij je binnenkomt.
Is er iets dat bij je blijft hangen?
Stel je nu nog eens voor dat je op je eigen plek staat.
Met de generaties die voor jou kwamen,
Achter je.
Je broers en zussen op hun eigen plek naast je.
Met anderen ook op hun eigen plek.
En met jouw eigen leven voor je.
Niet gescheiden.
Niet verantwoordelijk voor alles.
Maar verbonden vanuit jouw eigen plek.
Neem een iets diepere ademhaling.
En adem deze langzaam weer uit.
Voel opnieuw de ondergrond.
De ruimte om je heen.
Luister naar de geluiden in de ruimte waar je werkelijk bent.
Beweeg maar rustig je vingers.
En je tenen.
En wanneer je het goed voelt,
Open dan langzaam je ogen.
Neem je tijd.
U hoeft niet precies te begrijpen wat je hebt ervaren.
Je hoeft ook niet te bepalen of je daadwerkelijk iets hebt losgelaten.
Merk de komende tijd alleen eens op wanneer je iets voor een ander probeert vast te houden.
En stel jezelf dan zonder oordeel opnieuw de vraag.
Is dit van mij om te dragen?
Of mag ik dit laten waar het hoort?
En keer je dan steeds weer terug naar jezelf.
Naar jouw lichaam.
Jouw plek.
In jouw leven.
Dan wil ik je bedanken voor het beluisteren van deze meditatie.
En ik wens je een hele mooie dag.
Maak kennis met je leraar
Gerelateerde Meditaties
Trusted by 37 million people. It's free.

Get the app
